Wall charts, history and European Identity

Skip to content
EU Culture Programme; Education and Culture DG

Navigation

  • Log in
  • Sign up
  • Home
  • Over deze website
  • Literatuurlijst
  • Contact

Nederlands Engels Frans Duits Deens

  • Tijd
  • Plaats
  • Thema's

Zoeken 

Gevonden resultaten

39 Gevonden resultaten "monarch".

Search filters

  • vorst (11)

Sorteer de resultaten

  • Gesorteerd op naam
  • Gesorteerd op plaats
  • Gesorteerd op publicatiedatum
  • Gesorteerd op jaar
  • Diashow van de resultaten »

Koning Willem I. , 1906 - Uit de handleiding uit 1913: Koning Willem I werd den 24 Ausgustus 1772 te ’s-Gravenhage geboren; bij den doop ontving hij de naam Willem Frederik. Hij is de zoon van de Stadhouder Willem V en van Frederika Sophia Wilhelmina Prinses van Pruisen. Met het Pruisische leger streed Willem tegen Napoleon. Den 30ste November 1813 landde hij in Scheveningen en de dag daarop – 1 December – werd hij te Amsterdam tot Souverein Vorst uitgeroepen. In 1814 kwam de nieuwe Grondwet tot stand en in Maart 1815 aanvaardde Willem de titel van Koning der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg.
792 viewsfavorieten 0 times
De Vrede van Rijswijk (Aankomst der afgevaardigden op het Huis Nieuwburg) 1697 Rijswijk, 1856 - De kooplieden hier te lande, in de eerste plaats te Amsterdam, begeerden in het belang van den handel het herstel van den vrede. En de regeering van Amsterdam deelde deze neigingen. Maar Frankrijk wilde dien vrede liefst op den voet van den wapenstilstand van 1684 of desnoods op dien van den vrede van Nijmegen, terwijl Willem III tot dien van Munster, Spanje tot dien der Pyreneën wilde terugkeeren en het duitsche Rijk ten minste Straatsburg hoopte te herwinnen. De erkenning van Willem III als koning van Engeland, de teruggave der door Frankrijk in bezit genomen rijkslanden, het lot van Luxemburg, de regeling in Italië waren de hoofdpunten, waarover men beraadslaagde. Zoo gelukte het eindelijk om in het begin van 1697 onder zweedsche bemiddeling in Den Haag de preliminairen voor dien vrede vast te stellen. Na heel wat gehaspel kwam men eindelijk overeen het vredescongres voort te zetten in het huis Nieuwburg onder Rijswijk, eigendom van Willem III, dat door zijn bouworde gelegenheid gaf om de partijen tijdens de besprekingen van elkander gescheiden te houden. Zoo werd dan de vrede gesloten. Maar Willem III sprak na het einde van de onderhandelingen in September het profetische woord uit: ‘ick beken, dat de manier my niet weinigh en bekommert voor het toekomende’. (Bron: DBNL P.J. Blok, Geschiedenis van het Nederlandsche volk, deel 3)
1,116 viewsfavorieten 0 times
Landing van Willem III te Torbay (1688) Torbay, 1856 - De Engelse regering was in handen van Jacobus II, den streng-katholieken vorst, met wiens oudste dochter Maria, zijne nicht dus, Willem III uit staatkundig inzicht gehuwd was. Jacobus had geen zoons, slechts twee dochters, Maria en Anna, en regeerde in streng absolutistischen zin met de begeerte Engeland weder tot het katholicisme te brengen. Een sterke oppositie verhief zich in Engeland tegen hem. Reeds zag men in Engeland reikhalzend naar Willem III uit als den naasten mannelijken rechthebbende op den troon, toen een Prins van Wales geboren werd. Op aanzoek van een aantal aanzienlijken en met goedkeuring van de overgroote meerderheid van het engelsche volk, dat den jonggeborene voor onecht hield, met gereede toestemming ook zijner edele gemalin, maakte prins Willem zich gereed met een in de Republiek heimelijk bijeengebracht leger en den steun der staatsche vloot naar Engeland over te steken tot handhaving der bedreigde engelsche volksrechten en van het overheerschende engelsche protestantisme. Zoo stak hij naar Engeland over met een aanzienlijke krijgsmacht, voor welke, 14 Nov. te Torbay geland, Jacobus aanstonds moest terugwijken. Naar Frankrijk gevlucht, zocht de engelsche koning hulp bij Lodewijk XIV, die door het optreden van prins Willem verrast was. Met zijne gemalin tot Koning en Koningin van Engeland verheven en had nu spoedig den onvermijdelijken oorlog met Frankrijk te voeren, waarin hij het hoofd werd eener groote europeesche coalitie, met Engeland en de Republiek als kern. (Bron: DBNL Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 1)
955 viewsfavorieten 0 times
Landing van Prins Willem III bij Brixham, 1688. Brixham, 1953 - Uit de handleiding 1953: Prins Willem III voer met zijn vloot op 30 oktober 1688 uit, richting Engeland. De vloot bestond uit 50 oorlogsschepen, 10 branders en een aantal kleinere vaartuigen. Half juli had de prins een brief ontvangen waarin hem verzocht werd om naar Engeland te komen in verband met de politieke situatie. Op de plaat is te zien hoe boven goede ankergrond schepen onder winddruk om het anker zwaaien. De ankerboeien, boven de ankers drijvend, wijzen de plaatsen aan, waar de ankers zijn vastgegrepen. Boven de sloep waait de wimpel van de Admiraal-Generaal: rood, wit en blauw. De stuurman van de sloep, de officier, die niet tot het hoge gezelschap behoort, verricht zijn werk staande geleund tegen het beeldhouwwerk van de spiegel. In de wolkenschaduw ligt als derde schip van links een ‘‘fluit’’, waarop men bezig is de zeilen te reven. De rotsen bij Brixham bestaan uit zandsteen, deze werd voornamelijk gebruikt in de bouw. Onder de mannen en vrouwen, vissersvolk en grondbezitters uit de omtrek die de sloep door het water tegemoet gaan zijn een man en vrouw die manden aan de schouder dragen. Deze schoudermanden werden gebruikt voor het vergaren van wier.
1,028 viewsfavorieten 0 times
Koning - stadhouder Willem III. , 1906 circa - Uit de handleiding uit 1913: Van geen der Oranjevorsten bestaan zoveel portretten als van hem. Ons portret van Willem III is genomen naar een schilderij in het paleis te Windsor van Godfried Kneller. De kleding van de Koning-Stadhouder is het kroningsornaat van de Engelse koning, waarvoor de kleur, vorm, stof en versieringen ontleend zijn aan het voorgeschreven ordekleed. Zo is bijvoorbeeld de broek een nauwe half-korte broek met rolkousen. De voering in de rok en mantel zijn van hermelijn. De koningskroon is voorzien van een hermelijnen rand en een goude rijksappel. De lange krulpruik en de witte kanten bef van de Stadhouder verschillen niet veel van die, welke de Zonnekoning draagt, deze dracht was dan ook eigen aan hun tijd.
830 viewsfavorieten 0 times
Dood van den Lt.Adm. M.A. de Ruyter (graftombe in de N. Kerk te Amsterdam) 1676 Amsterdam, 1856 - Op 22 april 1676 leverde De Ruyter in 't gezicht van Etna's krater zijn laatste zeeslag. Het was een gevecht van zeventien gebrekkige Nederlandse tegen dertig uitmuntend bewapende Franse schepen onder de bekwame Du Quesne. De Spaanse hulpvloot onder Francisco de la Zerda bleef volgens het verschonende rapport van De Ruyter verre van de onze verwijderd. De strijd had nauwelijks een half uur geduurd of De Ruyter werd op het zonnedek door een kogel getroffen. Deze nam hem een deel van de linkervoet weg en verbrijzelde [een deel van] het rechterbeen, zodat de admiraal van ruim twee Nederlandse el hoog neerstortte. Het zien van 's admiraals bloed verhit dat der matrozen. Kapitein Callenburgh neemt de leiding van de strijd, die tot de nacht aanhoudt en met onze zegepraal eindigt. Te midden van zijn smarten vuurt de vrome held het volk nog aan, met de woorden: Houdt moed mijn kinderen, houdt moed! Zo moet men doen om de zege te bevechten. Aanvankelijk leek het sterke gestel van de bijna zeventigjarige zeevoogd de schok te doorstaan. Toen sloeg de wondkoorts toe en deze rukte op 29 april, aan boord van zijn schip, Michiel Adriaensz. de Ruyter uit het leven. In de Amsterdamse Nieuwe Kerk kreeg hij een marmeren praalgraf op de plek van het voormalige hoogaltaar. (Bron: Dedalo Carasso (red.), Helden van het vaderland )
1,141 viewsfavorieten 0 times
Aan de Hollandse waterlinie, 1672. Hollandse waterlinie tussen Zuiderzee en Merwede, 1911 - Uit Nederlandsche schoolplaten van J.B. Wolters’uitgevers-maatschappij uit 1927: ‘Aan de Hollandsche Waterlinie naast de kloekheid van den Kapitein-Generaal, welhaast Stadhouder, den jeugdigen Prins van Oranje, had Holland in 1672 zijn behoud te danken. We zien den Prins aan den voet van een dijk of kade in gezelschap van een zijner bevelhebbers de inundatie in oogenschouw nemen. Zijne Hoogheid bespreekt met een ingenieur of landmeter de maatregelen, welke nog genomen dienen te worden, om de afsluiting nog meer volkomen te maken. Daartoe houdt de landmeter den Prins een kaart voor, waarop deze eenige aanwijzingen doet. Het eskorte van den Prins behoort tot de Garde Cavalerie. Op het onder water gezette land drijft een uitlegger met een paar veldstukken bewapend en met matrozen bemand. Heel in de verte ligt een Hollandsch fort.’ Nadat het oprichten van de Utrechtse Waterlinie (het onderwater zetten van land) in 1629 een effectieve verdedigingswijze bleek te zijn, werd in 1672 snel een waterlinie tussen de Zuiderzee en de Merwede ingericht om de Franse troepen onder Lodewijk XIV tegen te houden voor zij ook Holland zouden veroveren. Deze linie liep van Muiden via Woerden en Goejanverwellesluis tot Gorinchem. Utrecht viel er buiten omdat deze stad op dat moment reeds door de Fransen was veroverd.
1,400 viewsfavorieten 0 times
Dood der De Witten (1672) 's-Gravenhage, 1856 - Nadat in het rampjaar 1672 de macht van Johan de Witt was gebroken en Willem III was aangesteld als opperbevelhebber van het Staatse leger, waren de tegenstanders van De Witt nog lang niet tevreden. Er werd daarom tegen zijn broer Cornelis een valse aanklacht in elkaar gezet, volgens welke hij een complot zou hebben beraamd tegen Willem III. Terwijl hij op deze beschuldiging gevangen werd gehouden in de Gevangenpoort te 's-Gravenhage, kwam zijn broer hem op 20 augustus bezoeken. Toen deze bij hem was, hitsten enkele Oranje-gezinde vijanden de menigte tegen de broers op, waarna men de Gevangenpoort binnendrong, hen naar buiten sleurde en op gruwelijke wijze vermoordde. (bron: DBNL S.H. Levie, Het vaderlandsch gevoel)
1,033 viewsfavorieten 1 Tijd
Het Haagsche voorhout in de 17e eeuw. Den Haag, 1911 - Uit Nederlandsche schoolplaten van J.B. Wolters’uitgevers-maatschappij uit 1927: ‘Het Lange Voorhout, gezien uit de richting van de Heulstraat, omstreeks 1668. Links zien we een gedeelte van het huis, dat eenmaal door Johan van Oldenbarneveldt bewoond werd en vervolgens de Kloosterkerk. Aan den Kloostertuin grenst het Pagehuis en verder op ontwaren we de woningen van aanzienlijke Hagenaars. De gebouwen rechts zijn huizen van patriciërs. In het midden de lommerrijke Lindenlaan. De jonge Prins Willem, nog een kind van staat, vergezeld van zijn gouverneur groet den Raadspensionaris Johan de Witt. Naast De Witt zien we een aanzienlijk Haagsch edelman met zijn dame. In het midden op den voorgrond een deftige Franschman met zijn dochtertje. Rechts op den voorgrond een dienstmaagd. De Prins wordt gegroet door een deftig burger, Cornelis Tromp.’
882 viewsfavorieten 0 times
Het veroveren van de Royal Charles op de Theems (1667) Medway, 1856 - Hoewel in Breda reeds vredesbesprekingen waren begonnen om de Tweede Engelse oorlog te beëindigen, sloeg De Witt een voorstel tot een wapenstilstand af. Hij zond zijn broeder Cornelis als gevolmachtigde der Staten met De Ruyter mee om de Theems op te varen en de Engelse vloot bij Chatham te vernietigen. De Engelsen brachten verschillende oude schepen tot zinken, zodat slechts een uiterst smal vaarwater overbleef. Zij spanden dwars over de rivier ook een ketting die op beide oevers door dreigende batterijen verdedigd werd. Het oorlogsfregat de Unity lag ervoor. Kapitein Van Brakel, die wegens ongehoorzaamheid in arrest had gezeten, bood aan om met zijn oude fregat een weg te banen. Van Brakel passeert onder hevig vuur alle hindernissen, entert en verovert de Unity. Daardoor krijgt een door Van Rijn gecommandeerde brander de gelegenheid de ketting aan stukken te varen. Nu de weg open is worden de Engelse schepen, waarvan het volk in paniek vlucht, geënterd. Zes worden in brand gestoken en de Royal Charles, een prachtig schip waarmee Karel II naar Engeland was getogen, wordt genomen. Terwijl De Ruyter en De Witt rustig in een sloep het vernielingswerk leiden, moeten de Engelse bevelhebbers Monk en York machteloos vanaf de oever toezien. In White Hall heerste schrik en verslagenheid. Aan Van Brakel kwam de eer toe om de Unity en de Royal Charles naar het vaderland te varen. (Bron: Dedalo Carasso (red.), Helden van het vaderland ).
1,172 viewsfavorieten 0 times
Krijgsraad vóór de vierdaagschen zeeslag, 1666. Tussen de Engelse en Vlaamse kust., 1911 circa - Uit handleiding circa 1915: Het was de 10e juni 1666, de dag vóór den Vierdaagschen Zeeslag. “Op dien zelven dagh liet de L. Admiraal de Ruiter alle d’Opperhoofden en Kapiteinen een syn boordt seinen: hun met korte woorden en krygsmans welspreekentheit, vermaandende, biddende en tegelijk ernstelijk beveelende, zich in ’t aanstaande gevecht wel te quyten.” Aan deze gedenkwaardige krijgsraad geeft de plaat een levendige herinnering. Rechts op den voorgrond ligt machtig en fier “De Zeven Provinciën”. Aan de verschansing staat met ongedekten hoofde De Ruiter zelf. Van alle kanten komen reeds sloepen met de vlootvoogden en kapiteins aangeroeid. In de sloep rechts op de voorgrond is de Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp gezeten. De vierdaagse zeeslag vond plaats tijdens de Tweede Engels-Nederlandse oorlog.
1,537 viewsfavorieten 0 times
De Dam te Amsterdam, 1666. Dam in Amsterdan, 1950-1953 - Uit de handleiding uit 1961: De plaat laat het stadsleven van hartje Amsterdam zien namelijk de Dam omstreeks 1666. Wanneer de Dam precies ontstaan is, is niet bekend. De eerste gegevens die ervan bekend zijn, stammen uit 1275 toen graaf Floris V vrijstelling van tolgeld gaf aan de bewoners van “Amstelledamme”. Deze dam vormde een belemmering voor het scheepvaartverkeer, scheepsvrachten moesten worden overgeladen. Dit zorgde er wel voor dat de Dam een middelpunt van de handel werd. De Nieuwe Kerk, “De koningin van Aemstels hooftgebouwen”(Vondel) is het toonbeeld van de gotiek in het centrum van de stad. Zij staat er als getuige van eerbiedwaardige oudheid en als teken van de dienst van God. Om de handel nog verder te bevorderen stond midden op de Dam ‘De Waag’. Helaas werd deze afgebroken in 1808. Rondom de oude waag is er een drukte van wegen en laden aan de gang. De waagdragers verzorgen en vervoeren hun sleden. Het oude Amsterdamse volk noemt een vrachtrijder daarom ook nog steeds een ‘sleper’. Boven de luifels zijn zwarte borden met handelsnoteringen aangebracht. Op de achtergrond van de plaat bevinden zich gebouwen en bedrijven, waar op de voorgrond drie kenmerkende groepen uitkomen: de burgermeesters, de zeelieden en de oosterse kooplieden. Bij het Stadhuis worden tal van zaken afgehandeld. Op de plaat is te zien hoe een schipper bezig is met het aanmonsteren van twee matrozen. Langs het raadhuis rijdt een karos, een zwaar met lederwerk en tapijten bekleed zeldzaam rijtuig.
2,436 viewsfavorieten 0 times
Rembrandt in zijn ‘schildercaemer’, 1665. Amsterdam, 1964, circa - Uit de handleiding 1964: In het tafereel Schildercaemer 1665 is het laatste deel van Rembrandts leven samengevat. Hendrickje Stoffels, zijn toegewijde tweede vrouw, is in 1662 overleden, nadat de meester dat grootse, stille en ingetogen stuk, De staalmeesters, had voltooid. In 1665 verlooft Titus (Rembrandt ’s zoon) zich met Magdalena van Loo, dochter van een welgestelde Amsterdammer. In dit schilderij, dat men, zeer vreemd, Het Joodse bruidje heeft genoemd, ziet men in de laatste tijd Titus met zijn bruid Magdalena. Deze dubbelbeeltenis hangt de meester dan in zijn atelier. In hetzelfde jaar componeert hij zijn Saul en David. Hier is alle praal onderworpen aan de bewogenheid, het stille verzwakken van hartstocht en naijver door het zachte zingen van de harp. Dat rijke, edele werk staat nog op de ezel. De meester werkt er nog aan. Op een koffer – het bergmeubel in een eenvoudig gezin - ligt een 16de eeuwse ruiterhelm. De meubelen zijn uiterst eenvoudig. Alleen de vouwstoel, die met groen fluweel is bekleed, toont enige weelde. Deze stoel komt op tal van tekeningen uit de laatste levensjaren van de meester voor, evenals krukken met biezen zittingen en de driepoot met houten zitting, die in de schaduw staat. In de hoek bij het venster is een vurehouten verhoging aangebracht, waarop een stoel is geplaatst. Dáár, in het volle licht, is de plaats voor een model. Een rode mantel, die bij het poseren wordt gebruikt, is erop achtergelaten. De witgekalkte wand vormt geen achtergrond voor Rembrandt. Een fluwelen kleed is opgehangen om als achtergrond dienst te doen. Op de tafel ligt de Statenbijbel. Boven de schouw hangt een zeegezicht van Jan Porcellis. Rembrandt is, gelijk hij zich herhaaldelijk schilderde, in de oude met bont gevoerde huisjas gekleed.
1,108 viewsfavorieten 0 times
Binnenkomende vloot vóór Amsterdam omstreeks 1665. Amsterdam, 1960 circa - Uit de handleiding 1961: Een zomermorgen op het IJ. Het grote schip, dat ten anker ging en de pinas, die met volle zeilen naar zijn ligplaats koerst, liggen in het licht uit het noordoosten, zodat het bij het eerste schip langs het bakboord en bij het tweede langs het stuurboord strijkt. Tussen deze schepen in en langs de achtersteven van een fluitschip komt de achtergevel van ’s Lands Magazijn’ te zien. Een statenjacht, dat achter het grote schip om naar het meest rechtse schip stevent, toont in zijn spiegel en in de vlaggen, dat het de hoge heren van de Amsterdamse kamer der Oost-Indische Compagnie naar een van hare schepen brengt. Onder de boegspriet van dit jacht door en langs de grote houten kraan, komt een blik op de stad. De Schreierstoren en daarachter de Oude Kerkstoren zijn twee belangrijke gebouwen der ‘Oude Zijde’ waar de oorsprongen der stad liggen. De rechtervoorgrond van het tafereel laat de noordelijke oever van het IJ zien, met palen geschoeid. Ter linkerzijde is een Durgerdammer bezig zijn netten binnen te halen. Het grote schip, dat, na het uitbrengen van het anker, door de wind is omgezwaaid, droogt de zeilen, die door de oostenwind tegen de masten en stengen worden gedrukt.
1,963 viewsfavorieten 0 times
Zelfopoffering van Hambroek (1662) Formosa(Huidig Taiwan), 1856 - De VOC had sedert 1624 haar gezag op Formosa gevestigd. Onder haar hoede werkten zendelingen aan de kerstening van de inheemse bevolking: één van hen was ds. Antonius Hambroek. Op 30 april 1661 voerde de Chinese mandarijn Kok seng yâ (Coxinga) een invasie uit op het eiland. Vele Hollanders, waaronder Hambroek, zijn vrouw en enkele van zijn kinderen vielen in Chinese handen. Het fort Zeelandia bleef echter weerstand bieden. Coxinga besloot nu Hambroek af te vaardigen om de commandant van het fort, Coyett, over te halen zich over te geven. Op 24 mei 1661 verscheen de deputatie voor de wallen van het kasteel. In plaats van overgave te eisen, spoorde Hambroeck echter Coyett en de zijnen aan te volharden in de strijd. Bovendien nam hij het moedige besluit om ondanks de smeekbeden van twee van zijn dochters, die in het fort verbleven, en in de stellige wetenschap dat hij wegens het mislukken van zijn missie de dood tegemoet kon zien, naar Coxinga terug te keren. Hij werd inderdaad, zij het enige maanden later, met andere Hollanders op Formosa onthoofd. In 1662 kwam er met de val van het fort Zeelandia definitief een einde aan de heerschappij van de VOC over Formosa. (bron: DBNL S.H. Levie, Het vaderlandsch gevoel)
962 viewsfavorieten 0 times
Jan van Galen voor Livorno gewond (1653) Middellandse zee, Livorno, 1856 - In 1651 aanvaardde het Engelse parlement de Navigation Act, waardoor het vervoeren van goederen uit de Engelse koloniën en het vervoer van alle goederen naar Engeland uitsluitend aan de Engelse handelsvloot werd toegestaan. De relatie tussen de Republiek en Engeland kwam daardoor onder druk te staan. Het Engelse Parlement verklaarde op 10 juli 1652 de oorlog. Over het hele Kanaal en de zuidelijke Noordzee werd gevochten. De Engelse admiraal Blake stuurde na een aantal zeeslagen het grootste deel van de Engelse vloot naar de Middellandse Zee, omdat hij meende dat de strijd was gestreden. Bij het uitbreken van de Engelse oorlog was Jan van Galen benoemd als bevelhebber over de Nederlandse schepen in de Middellandse Zee. Bij Livorno kwam het tot een zeeslag met de Engelsen. In de Slag bij Livorno op 14 maart 1653 werd hij zwaar gewond: zijn rechterbeen moest onder de knie worden afgezet. Hij overleed 9 dagen later aan zijn verwonding. Zijn lijk werd gebalsemd en naar het vaderland overgebracht, waar hij in de Nieuwe Kerk te Amsterdam werd begraven.
1,049 viewsfavorieten 0 times
De grote vergadering te 's-Gravenhage, 1651. Scene of action, 1945-1950 - Uit de handleiding uit circa 1948: In de avond van Zondag, de 6de November 1650, waren honderden Hagenaars verzameld in de omgeving van het Binnenhof te ’s-Gravenhage. Onder die menigte heerste een sombere, verslagen stemming. Want door Den Haag had het schier ongelooflijke gericht gelopen, dat de jonge stadhouder prins Willem II die avond omstreeks negen ure overleden was. De laatste Oranje van hen was heengegaan. De Staten van Holland trokken de bevoegdheden van de stadhouder aan zich, waarmee zij te kennen wilden geven, dat zij geen plannen hadden om een nieuwe stadhouder te benoemen. Van 18 januari tot en met 21 januari 1651 werd de eerste grote vergadering belegd. Het eerste punt van de vergadering was het stadhouderschap. Er werd besloten geen nieuwe stadhouder aan te stellen. Het tweede punt was de religie. Besloten werd de protestantse kerk niet tot staatskerk te verheffen. De plakkaten tegen de katholieken bleven van kracht. Een derde belangrijk punt was de organisatie en de bevelstructuur van het leger. Besloten werd dat elk gewest zijn eigen leger zou onderhouden en zij kregen zeggenschap over officiersbenoemingen en troepenbewegingen. Uit de handleiding uit circa 1948: Aan de linkerzijde van de afbeelding staan een groep mennen : De Witten. Met de rug naar ons toegekeerd Johan de Witt, Jacob de Witt en Koenraad van Beuningen. De twee figuren die tegenover het drietal staan, zijn twee Amsterdamse patriciërs te weten Cornelis de Graeff en Cornelis Bicker. De persoon die de groep nadert is de Zeeuwse pensionaris Veth. In de groep rechts staat Jacob Cats (de figuur met grijze mantel. Met het gelaat naar de beschouwer gekeerd). Achter Cats staat raadpensionaris Adriaen Pauw. Cats is in gesprek met een Friese afgevaardigde. De figuur die staat te luisteren is Jacob Wassenaer van Obdam.
1,078 viewsfavorieten 0 times
Komst der Amsterdamsche afgevaardigden aan de hofstede Welna (1650) Amsterdam, 1856 - Na tachtig jaar strijd gaf de weergekeerde rust gelegenheid tot hernieuwing van de oude twist over de overwegende invloed van Holland en Amsterdam op de Verenigde Provinciën. Ditmaal betrof het de vraag of de Staten van Holland het recht hadden om zoveel troepen af te danken als met hun opvatting en hun aandeel in de betaling overeenkwam. Stadhouder Willem II liet zich door de Staten-Generaal tot een plechtige zending naar de Hollandse steden afvaardigen. Amsterdam weigerde de stadhouder echter in die hoedanigheid te ontvangen. Andere steden verzochten van 's prinsen bezoek verschoond te blijven of toonden zich weerbarstig. De prins trachtte door een staatsgreep de tegenstand te breken. Hij liet zes Hollandse Statenleden gevankelijk naar Loevestein voeren en stuurde troepen om Amsterdam bij verrassing te bezetten. Dit laatste mislukte door het verdwalen der ruiterij op de Hilversumse heide. Toen de prinselijke bevelhebber, Willem Frederik van Nassau, tegen de middag van 30 juli 1650 langs de Amstel de stad naderde, vond hij Amsterdam door het energieke optreden van burgemeester Cornelis Bicker in staat van verdediging. De Amsterdamse afgevaardigden Huydecoper en Van der Does kwamen in een gewapend jacht naar de hofstede Welna aan de Amstel, en knoopten onderhandelingen met Willem Frederik aan. De stad was voor haar handelsbelangen bevreesd en gaf toe. Zij beloofde de prins met alle eer in de vroedschap te ontvangen en haar invloed aan te wenden opdat het afdanken der troepen niet door zou gaan. Burgemeester Bicker trad af en de zes Loevesteinse gevangenen werden vrijgelaten.(tekst uit DBNL: Dedalo Carasso (red.) Helden van het vaderland. Onze geschiedenis in 19e-eeuwse taferelen verbeeld.)
1,037 viewsfavorieten 0 times
Vrede van Munster (1648) Munster, 1856 - (tekst uit 1857) De Republiek had na loffelijk volharden gezegevierd en trad met fierheid op onder de vrije staten van Europa. En hoe? - verneemt het uit dit weinige, dat ik u mededeel van de 79 punten, waaruit het vredesverdrag bestond: De Koning van Spanje erkende de Vereenigde Nederlanden voor vrije en souvereine landen, op welke hij niets te eischen had. Elk behield, wat hij op den oogenblik van 't sluiten des vredes bezat; hierdoor behielden de Staten de stad en meijerij van 's-Hertogenbosch, de stad en baronnij van Breda, de stad en 't land van Maastricht, de stad Grave en 't land van Kuik, Hulst met zijne onderhoorigheden en Axeler ambacht. Deze landen kregen den naam van Generaliteitslanden, omdat zij tot geene der Gewesten behoorden. Voorts werd onze vaart op O. en W. Indië gehandhaafd op zeer gunstige voorwaarden. In 't stuk der Godsdienst werd den Staten genoegen gegeven. Op deze en andere voorwaarden werd de vrede met Spanje den 30 Januarij 1648 te Munster geteekend.
1,127 viewsfavorieten 1 Tijd
Dood van Frederik Hendrik (1647) 's-Gravenhage, 1856 - (tekst uit 1857) Ofschoon deze plaat ons leidt bij het sterfbed des geliefden Stadhouders, willen wij eerst nog eenige zijner krijgsbedrijven vermelden, om ons daarna bij zijn uiteinde te bepalen. In 1637 had hij 't geluk, na een beleg van derdehalvemaand, Breda in te nemen. Na eenige jaren, waarin de oorlog slechts flauw gevoerd werd, blonk Frederik Hendrik in 1644 en 1645 weder als krijgsman en stededwinger uit. Den 7 September 1644 maakte hij zich meester van Sas van Gent en in 't najaar des volgenden jaars van Hulst. In 1646 werd de vredehandel te Munster aangevangen en toen ook begon de gezondheid des Stadhouders wankelend te worden. In den winter kwamen er koortsen bij, en deze maakten op den 14 Maart 1647 een einde aan een langdurig lijden, dat de Vorst met Christelijk geduld gedragen had.
1,006 viewsfavorieten 1 Tijd
Zeeslag bij Duins (1639) de rede van Duins (The Downs), 1856 - (tekst uit 1857) De ligging der Spaansche vloot aan de kust van Engeland veroorzaakte ongelegenheid; daar Karel I, die meer Spaansch- dan Nederlandsch-gezind was, betuigde geen gevecht op zijne reede te zullen gedogen, zonder den aanvaller mede als vijand aan te tasten. Dit deed de Staten eenigszins aarzelen, doch weldra hernamen zij hunne veerkracht, en zonden den kloekmoedigen last, om den vijand aan te vallen, zonder op havens, reeden of koningrijken, waar hij zijn mogt, acht te slaan. Nadat de wind gunstig geworden was, viel men den vijand aan. En op de plaat, daar voor ons, ziet gij het vernield zeekasteel de Teresa van den Admiraal van Portugal, dat met een Zeeuwsch smaldeel met Jan Evertsen aan 't hoofd, in een hevig gevecht is. Tromp zendt hem Van Galen ter hulp, en wel bestuurde branders steken het ontzaggelijke waterkasteel aan. Van alle zijden barsten rook en vlammen uit, en na weinige oogenblikken spat het met een vreeselijk gekraak uit een. De Admiraal D'Quendo zocht zijn heil in de vlugt en bereikt met 10 of 12 schepen de haven van Duinkerken; slechts 18 van de 67 groote, schoone en rijk uitgeruste vaartuigen kwamen behouden terug.
1,161 viewsfavorieten 2 times
Intogt van Prins Frederik Hendrik in 's-Hertogenbosch (1629) 's-Hertogenbosch, 1856 - (tekst uit 1857) Frederik Hendrik sloeg onverwachts met een leger van 24,000 man voetvolk en 10,000 ruiters het beleg voor 's-Hertogenbosch, en verschanste er zich in drie weken tijds zoo sterk, dat hij tegen elken vijandelijken aanval beveiligd was. Het beleg werd met zooveel ijver voortgezet, dat de belegerden tot onderhandeling besloten en den 14 September het verdrag van overgave teekenden. Luisterrijk was de intogt van den zegevierenden veldheer in de veroverde stad. Zoo als gij ziet, gingen twee van 's Prinsen wapen-herauten vóór het paard, ter zijde liepen de Heer van Swarstein, dragende de ijzeren handschoenen en de schildknaap (een moor) dragende den helm van den Overwinnaar.
1,291 viewsfavorieten 1 Tijd
’s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik belegerd, 1629. ’s-Hertogenbosch, 1911 - Uit handleiding circa 1915: ‘Niet enkel om het rijksrumoer, dat om de Bossche Stedemaagd was in de zomer van het jaar 1629, maar bovenal om het strategisch talent, hetwelk de Stedendwinger toen aan de dag legde, is de belegering van ’s-Hertogenbosch een van de merkwaardigste uit deTachtigjarige oorlog. De plaat geeft een panorama te zien, zoals dit zich voorgedaan zou hebben aan de aanschouwer, die in de middag van de 19e Juli anno 1629 de Vuchter kerktoren had beklommen en vandaar zijn blikken naar het noorden had gewend. Beneden ziet hij nog juist het hoofdkwartier van de Prins, waar zich een stukje kampleven afspeelt. Marketensters en zoetelaars hebben daar hun tentjes en hutjes opgeslagen. Op de maat van de viool doen soldaten en vrouwen een lustig rondedansje. Van links komt de Prins op zijn schimmel aanrijden tussen twee hoofdofficieren, voorafgegaan door een officier te paard en twee pages en gevolgd door enige gewapende manschappen. ’s-Hertogenbosch ligt daar midden in het Spaanse inundatiewater, dat de Prins zo vernuftig wist af te tappen en te leiden om zijn eigen kamp ter bescherming tegen een ontzettingsleger. Het grootste fort is al in ’s Prinsen macht. Een volgende wordt vandaar uit beschoten en veroverd. Dan worden de loopgraven aangelegd tegen een bolwerk van de Vuchterpoort en daarna moet de stad zich overgeven.’
1,249 viewsfavorieten 0 times
Frederik Hendrik voor ’s-Hertogenbosch, 1629. ’s-Hertogenbosch, 1950-1953 - Uit de handleiding 1959: ‘‘Niet enkel om het rijksrumoer, dat om de Bossche Stedemaagd was in de zomer van het jaar 1629, maar bovenal om het strategisch talent, hetwelk de Stedendwinger toen aan de dag legde, is de belegering van ’s-Hertogenbosch een van de merkwaardigste uit de tachtigjarige oorlog. In de geduchte omwalling, de uitgestrekte çontrevallation’ der vestingbouwkundigen, die zich als een tegen-stad keert tegen een ommuurde veste, vormt in deze belegering de ‘groote batterij’. Naar het westen ligt het dorp Vught. Op de plaat staat een geharnaste ruiter-officier vóór de Prins om zijn orders te ontvangen. De eerbiedingshouding tegenover een meerdere eist een ruststand met de linkervoet vooruit. De schuine oprit dwingt de officier tot een kniebuiging. Zijn paard wordt door een boer aan de toom gehouden. Hij is één van het leger der schansgravers, die uit Holland zijn gekomen. Dit is dus de gespannen toestand van de 14de Juni, toen alles in staat van paraatheid was om elke ontwikkeling der krijgsverrichtingen te overzien en te beantwoorden. De bevelhebbers van deze sector zijn bijeen. De voornaamste, prins Frederik Hendrik, is hoofd en hart van allen en alles. Hij is het centrum van het tafereel. Er staan ter zijde enkele pages, die de Prins in zijn legerplaats moesten dienen. Een ervan draagt de helm van zijn heer. Naast de Prins staat de Friese stadhouder Ernst Casimir, De kanonniers richten de stukken. Het kanon achter de Prins is gereed om te vuren. Een sergeant houdt de lontstok met ontstoken lont klaar. In de groep achter Frederik Hendrik komt de Engelse aanvoerder, sir Horatio Vere, uit. Ook de dichter Constantijn Huygens, die als secretaris van de Prins bij alle handelingen van Frederik Hendrik betrokken werd, bevindt zich in de staf. Terzijde staat Jan Adriaansz Leeghwater. Zijn waterwerken vormden een uiterst belangrijk deel van de stellingen tegen de stad. De orange-blanche-bleu-vlag, die van alle stellingen waait, spreekt zowel van de aanvoerder,de Oranjeprins, als van de Staten. De standaard van Frederik Hendrik, door een geharnaste ruiter gedragen, volgt de opperbevelhebber op alle tochten door het leger.’
1,126 viewsfavorieten 0 times
Hugo de Groot op Loevestein (1621) Slot Loevestein, Poederoijen, 1856 - (tekst uit 1857) De Groot was in 1583 te Delft geboren. Nog vóór zijn twaalfde jaar ging hij naar de Hoogeschool, en op zijn vijftiende vergezelde hij Oldenbarneveld naar Frankrijk. Hier werd hij Meester in de regten. Op zijn zeventiende werd hij Advocaat, 7 jaar later Advocaat-Generaal en in 1613 Pensionaris van Rotterdam. En het was op beschuldiging van misbruikt gezag in die betrekking dat hij tot levenslange gevangenschap werd veroordeeld en al zijne goederen verbeurd verklaard werden. In zijne gevangenis bragt De Groot zijn tijd door met letteroefeningen en het schrijven van geleerde werken. Tot dat einde ontving hij aanhoudend boeken van zijn vriend, den Hoogleeraar Erpenius te Leiden. Deze verkreeg hij in eene groote kist en werden door hem, na gemaakt gebruik, aan zekeren heer Daatselaar te Gorinchem verzonden, die ze dan verder deed bezorgen. De kist was in het begin bij het komen en gaan door den slotvoogd behoorlijk nagezien, maar naardien deze nooit iets anders dan boeken vond, had hij dit van tijd tot tijd nagelaten. De Groot had in zijne gevangenis het gezelschap van gade, kinderen en dienstboden. Mevrouw De Groot nu dacht in de kist het middel te hebben tot verlossing van haar echtvriend. Na herhaalde proeven bleek, dat De Groot het er zoo lang in zou kunnen uithouden, als de overvaart van Loevestein naar Gorinchem gewoonlijk duurde. Wij zien op de plaat Mevrouw, hare dienstmaagd en De Groot op den morgen van 22 Maart, de dag waarop deze gewaagde onderneming werd uitgevoerd. Na vele bezwaren kwam de kist behouden bij Daatselaar aan. De Groot begaf zich eerst naar Antwerpen en van daar naar Parijs, waar hij afgezant werd van het Zweedsche Hof. Hij stierf te Rostok in 1645.
1,475 viewsfavorieten 1 Tijd
Het doodvonnos J. van Oldenbarneveld aangezegd (1619) 's-Gravenhage, 1856 - (tekst uit 1857) Sedert lang verschilde Oldenbarneveld, deze hoog geplaatste Staatsman, van Prins Maurits in gevoelens. Toen nu in de godsdienst-geschillen de Prins de zijde der Contra-Remonstranten koos, wien Oldenbarneveld en de Staten ongenegen waren, deed 's Lands-Advokaat maatregelen nemen waardoor het scheen alsof 't gezag der Algemeene Staten en van den Stadhouder in gevaar zou komen. Den 19 Augustus 1618 begaf Oldenbarneveld zich naar 't Hof, waar de Staten van Holland vergaderd waren. Daar werd hij uit naam der Algemeene Staten gevangen genomen. Zijne gevangenschap duurde tot 13 Mei 1619. Op de plaat wordt ons de grijsaard voorgesteld op Zondag 12 Mei 1619. 't Is 's-avonds, omstreeks half zes. De Fiscalen (openbare aanklagers) Van Leeuwen en Sylla treden met den Generaal-Geweldige De Nys zijne kamer binnen. Van Leeuwen voert het woord en zegt hem uit naam der Algemeene Staten en der heeren Regters aan, dat hij den anderen dag de sententie des doods moet komen hooren. Met kalmte, doch groote verwondering, die gij lezen kunt op zijn gelaat, hoort hij dit vonnis aan, zeggende: "dit had ik niet gewacht, ik had gehoopt, dat men mij nog gehoord zou hebben." Den 13 Mei, 's morgens tussen 8 en 9 ure, leidde men hem naar 't Hof, waar hem zijn vonnis werd voorgelezen en nog vóór half 10 viel het achtbare hoofd door het zwaard des scherpregters.
1,334 viewsfavorieten 1 Tijd
Een vergadering van de Nationele Synode te Dordrecht, 1619. Dordrecht, 1911 - Uit handleiding circa 1915: ‘Hoe statig, die vergaderzaal met sobere vloer, rechte wanden en koepelvormige bekapping, hoe eenvoudig , die lange tafel en lange banken en dat zwaar betimmerd afsluithek. Statig rustig en eenvoudig als de zaal zelve zijn ook de gecommitteerde van de Hoogmogende Algemene Staten, de uitheemse theologen en de vaderlandse professoren, predikanten en ouderlingen. De edellieden, burgers en vrouwen in hun zwierige kledij voor de balustrade vertegenwoordigen het lekenelement. Aan de tafel voor de schouw zit of staat Bogerman, de voorzitter van de Synode. Aan dezelfde tafel zijn de secretarissen en assessoren gezeten. Om de lange tafel in het midden van de zaal hebben de Remonstranten, de gedaagden, plaats genomen. De banken links achter in de zaal worden ingenomen door de gecommitteerden van de Staten-Generaal.; , de volgende banken door de afgevaardigden van Zutfen en Zuid-Holland en verder, meer naar voren, achter de balustrade, de afgevaardigden van Friesland, Utrecht, Zeeland en Noord-Holland. Rechts, net de rug naar de aanschouwer, zitten afgevaardigden van de Waalse kerken van Drente, van Stad en Lande en van Overijsel. Daarop volgen de afgevaardigden van Bremen, Genève, Westfalen, Zwitserland, Hessen, de Palts en Engeland. De banken voor de Franse afgevaardigden bestemd, zijn onbezet gebleven. De plaat geeft het moment te zien, waarop de woordvoerder van de Remonstranten, Episcopius, het standpunt aanwijst, dat hij en zijn partijgenoten tegenover de Synode wensen in te nemen.’ Het voornaamste doel van de Nationale Synode was een uitspraak te doen tussen de remonstranten en de contraremonstranten. In deze vergadering werd onder andere besloten de bijbel in het Nederlands te vertalen.
1,039 viewsfavorieten 0 times
De Nederlanders voor Jacatra (1618) Java, Oost-Indië, 1856 - (tekst uit 1857) In 1610 vestigde de Gouverneur-Generaal Pieter Both zich te Bantam en rigtte bij Jacatra (beiden op Java) eene factorij, eene handelsvestiging, op. De Engelschen hadden zich mede in Indië gevestigd, en dit berokkende den Hollanders veel nadeel. Gene toch zetteden de inboorlingen tegen deze op en deden in 1618 vooral op Java hun invloed gelden. Jan Pietszoon Koen was destijds Gouverneur-Generaal. Om gevoelige verliezen en mishandelingen, den onzen door de Javanen berokkend, te wreken, deed Koen Japara in de asch leggen. Dit wekte wel vrees en ontzag bij dezen, maar deed de Engelschen opentlijk als onze vijanden optreden. Zij wilden de onzen uit Jacatra verdrijven. Terwijl Koen versterking ging halen, was de verdediging van het fort (de nu versterkte factorij, welke u op de plaat wordt voorgesteld), aan Pieter van den Broeck opgedragen. Deze sloot een verdrag, maar werd daarna door den Vorst van Jacatra, die hem ter maaltijd had genodigd, trouweloos gevangen genomen. Toen Koen met eene voldoende magt kwam opdagen, ging het uit de sterkte en van de schepen op Jacatra los. Bantammers, Engelschen en Jacatranen werden verdreven en de stad werd ingenomen en grootendeels in de asch gelegd.
1,440 viewsfavorieten 1 Tijd
Ontmoeting van Prins Maurits en Spinola (1608) tussen Rijswijk en 's-Gravenhage, 1856 - (tekst uit 1857) In 1603 was de Genuees Ambrosius Spinola in dienst van de Aartshertogen Albertus en Isabella getreden. Deze was een zeer aanzienlijk en vermogend man en kwam aan 't hoofd van 8000 soldaten, op eigene kosten en die zijner vrienden geworven. In de Nederlanden behaalde hij eenige voordelen. Zoo wist hij in 1604 Ostende, dat nu drie jaar belegerd was geweest, te bemagtigen. In het volgende jaar nam hij Lingen, in 1605 Lochem, Groenlo en Rijnberk. En nu willen wij zien wat aanleiding gaf tot de ontmoeting dier twee grote mannen. Spanje verlangde naar verademing, en de Aartshertogen wenschten liever in vrede te regeren over gelukkige onderdanen, dan langer krijg te voeren om 't bezit van afgevallene geweste. In Nederland waren de gevoelens verdeeld. De gewesten die 't meest van den oorlog te lijden hadden, zagen het einde van den strijd met verlangen tegemoet. Zeeland en eenige steden in Holland hadden door den handel meer belang en voordeel bij het aanhouden van den oorlog. Ook Maurits was afkerig van den vrede, zoo lang de vijand niet volkomen overwonnen was. De vredehandel werd echter aangevangen. 's Gravenhage was de daartoe bestemde plaats en op onze plaat zijn de Spaansche onderhandelaren het dorp Rijswijk even voorbij. Maurits komt hen met verscheidene aanzienlijke heren te gemoet in acht koetsen. Treffend is de ontmoeting, die daar tusschen de twee grootste veldheeren hunner eeuw plaats heeft. De onderhandelingen duurden ruim een jaar. Op 9 April 1609 werd door de Aartshertogen met de Verenigde Nederlanden als met vrije landen, waarop zij niets te eischen hadden, een stilstand van wapens voor den tijd van 12 jaar gesloten. Jammer maar dat men niet eendragtig tot dien wapenstilstand had kunnen besluiten, en dat vooral de verwijdering tussen Maurits en Oldenbarneveld er onherstelbaar door geworden was.
1,121 viewsfavorieten 1 Tijd
Zeeslag voor Gribraltar (dood van Heemskerk) 1607 baai van Gibraltar, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Jacob van Heemskerk, wien wij reeds door zijn verblijf op Nova Zembla kennen, had den onbepaalden last, om den vijand aan te tasten, waar dit het meeste voordeel zou kunnen aanbrengen. Hij was met zijne vloot van 26 oorlogs- en 4 voorraadschepen naar den Taag gezeild; doch vernemende, dat eene belangrijke Spaansche scheepsmagt in de baai van Gibraltar lag, om op onze koopvaarders te passen, die door de straat het ruime sop wilden kiezen, stevende hij derwaarts. De Spaansche vloot bestond uit 9 galjoenen en 12 andere oorlogsschepen. De onze kreeg haar in den namiddag van den 25 April in 't gezigt. Heemskerk was voor de meerdere grootte en betere uitrusting der vijandelijke schepen geenszins vervaard, en besloot, nadat het gebed gedaan en alles geregeld was, tot den aanval. Hij zelf wilde met den Schout-bij-nacht Mooi Lambert het Admiraalschap aantasten; Alteras, Vice-Admiraal van Zeeland en Kapitein Bras zouden den Vice-Admiraal en de verdere schepen bevechten. De vijandelijke vloot zocht zich te beschermen onder 't geschut van de stad en het kasteel; maar zij werd desniettegenstaande door de onze zodanig gehavend, dat de overwinning volkomen heeten mocht. Op de plaat ziet gij 't galjoen van den Vice-Admiraal in vollen vlam, dat dan ook tot aan het water toe verbrandde; andere schepen trof hetzelfde lot, en het Admiraalschip hield ten laatste alleen den strijd vol, maar heesch toen de witte vlag, ten teeken van overgave. Ongelukkig was Heemskerk reeds in het begin van den strijd doodelijk gewond. Voor de groote mast staande, trof hem een kogel die zijn linkerbeen ver boven de knie wegnam. Zijn gebalsemd lijk werd naar Amsterdam gevoerd, waar het in de Oude Kerk op lands kosten begraven werd.
1,416 viewsfavorieten 1 Tijd
Het lijk van Karel den Stouten, in den modder vast gevroren, wordt gevonden (1477) Nancy, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Karel, om zijn woelzieken en ondernemenden aard den Stouten genoemd, zien wij daar voor ons afgebeeld, maar dood, van allen glans ontdaan, en in een poel op het slagveld vast gevrozen, te midden van gesneuvelde strijdmakkers, wier leven hij weinig telde, als het de vervulling zijner oorlogszuchtige wenschen gold! Al dadelijk bij de aanvaarding van het bewind had hij veel moeite met oproerige onderdanen, die hij evenwel met kracht beteugelde. Tevens bleek spoedig dat zijn grootsch plan was, een Bourgondisch koningrijk te stichten, 't welk zich van de Noord- tot de Middelandsche Zee zou uitstrekken. Hij trachtte zijn gebied met Lotharingen en Zwitserland te vergrooten; in het eerste slaagde hij. Toen daarop de Hertog van Lotharingen zijn gebied ook weder trachtte te herwinnen en de stad Nancy wilde innemen, leverde Karel hem in dolle woede, met een onbeduidend leger slag, maar bezweek voor de overmagt en sneuvelde (Januarij 1477).
1,578 viewsfavorieten 2 times
Ludwig XI. trifft Karl den Kühnen in Péronne Péronne, - The picture shows the convention of King Louis XI of France and the Burgundian duke Charles the Bold in Péronne at the Somme River. During this meeting on October 14th, 1468 they signed the peace agreement between France and the and the Dukedom of Burgundy.
601 viewsfavorieten 0 times
Sprooksprekers in de Ridderzaal, 1394 Den Haag, 1968 circa - Uit de handleiding 1969: Wie de titel oppervlakkig beschouwt, zal misschien dat woord sprookspreker omhangen met een waas van romantiek. Maar dat geldt niet (meer) voor de tijd waarin deze plaat ons verplaatst. De veertiende eeuw is de eeuw waarin de opkomende steden zich van hun macht bewust worden; de eeuw van de twisten tussen landsheren en steden ener- en een feodale adelspartij anderzijds die deze landen op de rand van de afgrond brachten. Eens waren de minstrelen de zangers van het middeleeuwse hoofse levenslied. In de veertiende-eeuwse samenleving moet de ‘hovescede’plaats maken voor het burgelijke verlangen naar lering. De minstrelen dalen af tot straatzangers en muzikanten op marktpleinen het publiek vermaken. Hun plaats aan de hoven wordt dan ingenomen door de sprooksprekers die ‘ghedichten segggen’of ‘sproken spreken’tot lering en vermaak. Het eerste het meest. Het tafereel Sprooksprekers in de Ridderzaal is door de heer Isings gegroepeerd rondom de bruiloft van hertog-graaf Albrecht van Beyeren met Margriet des graven Adolfs dochter van Kleve. De bruiloft werd in de feestzaal van het Haagse Hof gevierd. De gebeurtenis van 1394, die het tafereel schildert, mag alleen het waarschijnlijke van dat tijdstip afbeelden. De uiterst kostbare glazenierskunst behoorde nog tot de zeldzaamheden. Wanneer de grote zaal tot feestelijke maaltijden werd ingericht, stond de hoge tafel, waarschijnlijk voor de dubbele haard. De kledij der vorsten en gasten heeft enige beschrijving nodig. Het is april en het voorjaar kan guur zijn. De grote ruimte is moeilijk om te verwarmen met het vuur van de houtblokken onder de schouw. Ons voorgeslacht ging ook binnenshuis warm gekleed. De meeste gewaden zijn met bond gevoerd en omzoomd. De hertog–graaf draagt de wijde, vorstelijke genanche, een opperkleed dat als een herautenmantel gevormd is en met hermelijn gevoerd en gekraagd is. De hertogin-bruid is gekleed in goudbrokkat met hermelijn. Zo is ook haar mantel, die bij de schouders door gouden knopen, die met gouddraadsnoeren verbonden zijn, wordt gedragen. Op haar kapsel draagt zij de hertogskroon. De hertog draagt de hermelijnen hertogsmuts. Twee gasten zitten aan de hoge tafel. Voorraan de deken van het kapittel, die als priester aan het hof verbonden is. Aan de andere zijde van de tafel zit de aanzienlijke heer van Arkel,de tresorier. Achter de priester staat ‘de ridder van myns heren live’, die men thans adjudant-generaal zou noemen. Aan de andere zijde van het afhangende kleed staat ‘de meester cnaep’. Hij stond blijkbaar aan het hoofd van al datgene wat direct of indirect met ’s graven tafel in verband stond. De ‘meester-ridder’in grijze, met zwart bont omzoomde mantel en rode chaperon, staat aan de voet van de estrade. Zijn witte staf wijst zijn waardigheid aan als ‘oppermaarschalk en opperceremoniemeester’. Ter zijde van de heer van Arkel is een beambte te zien, voor wie wij geen naam hebben. Op dit feest is Willem van Hillegaersberghe als sprookspreker de hoofdpersoon. Hij is daarom zo in beeld geplaatst, dat de poort van de afsluiting naar de voorhal hem omlijst en doet uitkomen tegen de donkere betimmering. Willem staat met zijn dichtbundel achteraf; een jonge edelman staat voor de lectrijn en draagt voor uit wat hij in losse vellen voor zich heeft. Zijn muzikaal begeleider, die op de ‘ghitaerne’ tokkelt, is een muzikant uit Saksen. Een vedelaar (violist) van de hertog van Oostenrijk staat achter de Sakser. Op de voorgrond, zittend op de onderste trede van de estrade, zit een onaanzienlijk manneke. Het is ‘Heynken mitten stelt’ een steltendanser.
2,068 viewsfavorieten 0 times
Floris V door de edelen gevangen genomen. muiderberg, 1928 - Uit Nederlandsche schoolplaten van J.B. Wolters’uitgevers-maatschappij uit 1932: ‘ “Goeden middag mijn lieve neven en vrienden!”groette Floris, toen hij de edelen genaderd was, doch niemand gaf hem eenig bescheid. Herman van Woerden reed onstuimig op den Graaf toe en greep het paard van Floris bij de teugels, terwijl hij hem toebeet: ‘Uw hooge sprongen zijn gedaan! Niet langer zult gij zoo fel tegen ons gedragen. Tegen wil en dank zult gij onze gevangene blijven!” De graaf die dit alles voor scherts opnam, zei lachend: “Beware me! Wat een dwaasheid haalt ge nu uit?” “Neen, bij de Gode ’t is ons ernst. Ik zal nu uw schoonen sperwer dragen; u en uwe magen ten spot!” riep Arend van Benschop.’ Graaf Floris V was graaf van Holland en Zeeland en werd ook wel god van de boeren genoemd. In 1296 werd hij gedood door Gijsbrecht IV van Amstel, Gerard van Velsen en Herman van Woerden onder andere omdat hij in 1296 het Engelse voor het Franse kamp had verruild.
1,714 viewsfavorieten 0 times
Karel de Eenvoudige bevestigt Dirk I in het graafschap (922) Pladella Villa te Bladel, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Behalve den Koning op zijn zetel en den Graaf die voor hem knielt, ziet gij links iemand, die het teeken van de begiftiging (het verley) in de handen heeft (hier een zwaard). Regts staat de Agnaat of naaste bloedverwant des Graven, en aan zijne zijde op den achtergrond iemand die eene valk in den hand houdt. Het was toch de gewoonte, dat de Agnaat den Leenheer een sperwer, valk, twee ijzeren handschoenen of iets dergelijks aanbood als verheergewed, of ten teeken, dat hij diens regt erkende, zoo het bij kinderloos overlijden des Graven gebeuren mogt, dat het leen op den naasten bloedverwant overgaan of verheven worden moest. Verder ziet gij een monnik, die de schrijver van den giftbrief geweest zal zijn; naardien de geestelijke stand toen bijkans alleen de schrijfkunst verstond. Deze brief hield in: dat de Koning Graaf Dirk I begiftigde met eenige landen (die toen evenwel den naam van Holland nog niet droegen) en zich uitstrekten over de bezittingen van de kerk van Egmond, en wel van Hillegom tot voorbij Alkmaar.
938 viewsfavorieten 2 times
Thyra grundlægger Dannevirke , 1898 - Ifølge et meget udbredt sagn var det Gorm den Gamles dronning Thyra Danebod, der i begyndelsen af 900-tallet grundlagde det voldanlæg, der strækker sig tværs over Slesvig nord for den gamle dansk/tyske grænse ved Ejderen. Dele af anlægget er dog væsentlig ældre, men i 1800-tallet, hvor Danmark to gange førte krig mod tyskerne om hertugdømmerne Slesvig og Holsten, var det et populært motiv for de nationalromantiske malere.
710 viewsfavorieten 0 times
Aan het hof van Karel de Grote. Aken, 1942 circa - Uit de handleiding uit 1942: ‘Groots en machtig treedt ze uit de wereldgeschiedenis op de voorgrond, de figuur van Karel den Groten, koning der Franken, keizer later van het herstelde Westerse Romeinse Rijk; - Charlemagne, wiens gebied zich uitstrekte van de Atlantische Oceaan en de Noordzee tot de Elbe en de Donau, van Sleeswijk-Holstein en de Oostzee tot de Ebro en de Tiber. De plaat, stelt een zaal voor in één van de paleizen van Karel den Groten. Één der paleizen, zeggen we, want Karel had vele paltsen (ons woord paleis). Toch kunnen we Aken als de plaats aanwijzen, waar hij lange tijd zijn hoofdverblijf had. De figuren op de plaat laten zich in drie hoofdgroepen verdelen. Van de middelste groep trekt allereerst Karel zelf onze aandacht. We zien den vorst te midden van zijn gezin en een gedeelte van zijn hofhouding. Koning Karel is hier geschetst in de kracht van zijn leven. De vorst is gezeten aan een tafel, die gereed wordt gemaakt voor de maaltijd. Vol aandacht beschouwt hij de plattegrond voor een kerk, die bij een klooster gebouwd zal worden en waarvan links van hem staande persoon bijzonderheden aanwijst. Dit is Einhard, Karels secretaris, levensbeschrijver en een van zijn raadslieden. De figuur met de bisschopstaf, rechts van Karel, is Alcuin. Hij is Karels minister van onderwijs. Van de tweede groep, n.l. die links op de plaat, dus rechts van den beschouwer, trekt allereerst de grijze priester onze aandacht. Hij is de aartbisschop Theodulf van Orleans, die om zijn kennis en begaafdheid mede in hoge gunst bij Karel stond. Op de plaat zien we Theodulf afgebeeld, terwijl hij zich voorbereidt voor een lezing, die hij straks voor Karel en diens omgeving zal houden. Rechts van hem staat een eenvoudige monnik, die een tweede boek gereed houdt. Van de vrouwenfiguren, die vóór den priester staan, vragen we allereerst aandacht voor de dame, die getooid is met de diadeem en daar van afhangende sluier. Zij is Karels toenmalige gemalin. De kunstenaar heeft drie van Karels dochters afgebeeld, zoals zij een deel van haar taak bij de voorbereiding van de maaltijd verrichten. De één draagt vruchten aan, een tweede bloemen, een derde zal vermoedelijk voor de wijn zorgen. Wat de derde hoofdgroep betreft, hiervan noemen we allereerst den jongen prins, die aan de tafel is gezeten. Deze prins kan zowel Karel of Pippijn als Lodewijk zijn. De prins is in gesprek met één van de jagermeesters van zijn vader die twee prachtige jachthonden aan de lijn houdt. Zowel voor Karel als voor zijn zonen was de jacht een geliefkoosde ontspanning. De drie mannen, die achter den prins en den jagermeester staan, zijn legeroversten van den koning.’
1,974 viewsfavorieten 1 Tijd
Aan het hof van Karel den Grooten Nijmegen, circa 1911 - Uit handleiding circa 1915: Bisschop Theodulf van Orleans, een beroemd dichter en geleerde, tijdelijk aan het hof van Karel de Grote vertoevende, houdt voor de Keizer en zijn gezin in een kring van geleerden en kunstenaars een voorlezing. In het midden op de zetel Karel de Grote tussen zijn knieën zijn kleinzoon, de latere Karel de Kale. Naast de lezenaar staat de bisschop. Lodewijk ( de Vrome) ziet over de schouder van zijn keizerlijke vader naar het beschreven perkament. De figuur achter Karels hoofd is Einhard, zijn secretaris en levensbeschrijver. Naast deze Karels dochters en aan de tafel beladen met boeken en boekrollen zijn derde gemalin Hildegardis. Links gezanten, geestelijken, geleerden en kunstenaars uit alle delen van Karels rijk. Rechts twee zijner kleinkinderen. Tegen de achterwand twee plans van kerken op Karels last te bouwen.
4,297 viewsfavorieten 5 times
Der Herrscher im frühen Mittelalter , 1976 - This wall chart is based on a miniature (illuminated manuscript) from the Liuthar-Evangeliar, an important Ottonian illuminated manuscript which was produced on behalf of Otto III (10th/11th century). The depiction of the Emperor (Otto II himself) is assimilated to depictions of Christ and is an example of the sacralization of the Emperor. You can see the sovereign and his clerical and worldly subordinates (soldiers). The Evangelists’ symbols (Lion of Mark, the Eagle of John, the Ox of Luke and the Angel of Matthew) are holding the white ribbon. Above the sovereign’s head you can see the blessing hand of Christ.
680 viewsfavorieten 0 times

Copyright © 2009 PixelDeluxe Interaction Design Rotterdam. All Rights Reserved.