Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Ontdekkers en hervormers / 80 jaar oorlog |
Plaats van de handeling: |
Breda |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H.; T.C. Bruining, del.; A.A. Nunnink, lith. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
Uit de handleiding uit 1857: Tot de nalatenschap van Prins Willem van Oranje behoorde onder anderen de Baronnie van Breda, of het grondgebied van die stad en omstreken. Maar Alva had dit in 1567 verbeurdverklaard, en ofschoon de Prins de stad in 1577 weder in bezit had gekregen, was zij 4 jaar later op nieuw aan de Spanjaarden overgegaan. Geen wonder, dat Maurits er al spoedig op bedacht was, dat gedeelte van zijn vaderlijk erfgoed te bemachtigen. Hoort, welke list hiertoe werd aangewend. Op deze plaat zien wij geen leger, dat de stad omsingelt en tot overgave dwingt; maar eenig Italiaansch krijgsvolk, in Spaansche dienst, het kasteel, en een schip waarvan turf gelost wordt. De schipper was gewoon het kasteel van turf te voorzien, en had dus vrijheid om toe en af te varen. Nu kwam men, ingevolge een voorstel van dien moedigen en vaderlandslievenden man, met hem overeen, om eene looze zoldering in zijn schip te leggen, daaronder soldaten te verbergen, en deze alzoo naar het kasteel te brengen. Aan een Overste werd het bevel dezer onderneming opgedragen. Hij zocht 70 dappere mannen uit en begaf zich met hen onder in het schip. Ofschoon het schip toegang had tot het kasteel, moest het echter onderzocht of gevisiteerd worden. De korporaal, wien dit opgedragen werd, deed het zoo achteloos, dat hij niets ontdekte. Met lossen werd terstond begonnen, maar toen de schipper vreesde dat men hiermede te ver zou voortgaan en de looze zoldering ontdekken, gaf hij den dragers een fooitje en stelde het andere tot den volgenden dag uit. Te middernacht kwamen de soldaten te voorschijn, overrompelden de wacht, dreven de overige bezetting in 't binnenste van het kasteel en versloegen 36 man, die het waagden, een uitval te doen. Maurits en Hohenlo rukten inmiddels met het leger aan, en namen het kasteel, als ook de stad, welke voor twee maanden soldij (fl. 97.000) de plundering afkocht.