Wall charts, history and European Identity

Skip to content
EU Culture Programme; Education and Culture DG

Navigation

  • Log in
  • Sign up
  • Home
  • Over deze website
  • Literatuurlijst
  • Contact

Nederlands Engels Frans Duits Deens

  • Tijd
  • Plaats
  • Thema's

Zoeken 

Gevonden resultaten

10 Gevonden resultaten "surrender".

Search filters

  • onderwerping (4)

Sorteer de resultaten

  • Gesorteerd op naam
  • Gesorteerd op plaats
  • Gesorteerd op publicatiedatum
  • Gesorteerd op jaar
  • Diashow van de resultaten »

De citadel van Antwerpen na de capitulatie (het Huis van Chassé) 1832 Antwerpen, 1856 - De grote mogendheden ratificeerden op 4 mei 1832 een verdrag en besloten tot een handelsembargo tegen Nederland. Frankrijk mocht een beleg rond Antwerpen slaan om koning Willem I te dwingen de vesting op te geven. Bovendien werd een handelsembargo tegen Nederland afgekondigd en sloten Frankrijk en Engeland zich aaneen tot een blokkade van de Nederlandse havens en werden Nederlandse koopvaardijschepen aangehouden die de blokkade probeerden te ontlopen. Eind november 1832 trokken 65.000 man Franse troepen België binnen en sloegen een beleg rond Antwerpen. Luitenant-generaal der infanterie Baron Chassé had zich terdege voorbereid op de belegering. Van 4 tot 23 december hield hij stand, maar hees in de vroege ochtend van 23 december de witte vlag en gaf zich over. 122 Nederlandse soldaten waren gesneuveld, vele honderden gewond of vermist en ruim vierduizend Nederlandse militairen kwamen in krijgsgevangenschap. (bron: Dan liever de lucht in!, Frits Rovers; 2000)
1,532 viewsfavorieten 0 times
De prins van Oranje aan het hoofd van de Nationale Militie bij Quatre-Bras, 16 juni 1815. Quatre-Bras / Nijvel, 1911 - Uit Nederlandsche schoolplaten van J.B. Wolters’uitgevers-maatschappij uit 1927: ‘We zien den jongen Prins aan het hoofd van het 7e Bataljon, een versche troep van wel jonge, maar dappere Hollandsche soldaten optrekken om de Fransche kanonnen, die met dood en verderf dreigen, te veroveren. Wel zag hij in, dat hij, indien dat er niet spoedig versterking kwam opdagen, onmogelijk den ongelijken strijd lang zou kunnen rekken. Zwaaiend met den hoed vuurt hij zijn manschappen aan. Wel moest de Prins ten slotte wijken en op Quatre-Bras terugtrekken, doch er was tijd, veel tijd gewonnen, waardoor de Engelsche troepen gelegenheid kregen zich op het bedreigde punt tegenover het Fransche leger te plaatsen en dat terug te slaan. Aan den Prins en zijn Nationale Militie kwam de eer toe, de Franschen zoo lang te hebben tegengehouden.’ Na de ontsnapping van Napoleon op Elba rukte Napoleon op 1 maart 1815 op naar Parijs. Van hieruit trok hij met een leger door naar het noorden. Diverse legers uit Europa, waaronder Nederland onder leiding van de prins van Oranje (later Willem II) kwamen Frankrijk te hulp. In Quatre Bras ontstonden in juni grote gevechten en uiteindelijk werd Napoleon opnieuw gevangen genomen.
1,132 viewsfavorieten 0 times
Inval der Engelschen en Russen in Noord Holland (de Russische generaal Herman gevangen genomen) 1799 Callantsoog, 1856 - Op 27 augustus 1799 zette een Britse vloot die al enige dagen voor de kust kruiste een invasieleger van meer dan tienduizend man op het strand van Callantsoog. De weken daarna kreeg deze legermacht verder versterking, vooral van een groot contingent Russische troepen. Aanvankelijk leek de invasie succes te hebben: de Bataafse vloot gaf zich zonder slag of stoot aan de Engelsen over en ook het Bataafse leger kon eerst niet standhouden. Het succes van de aanvallers was vooral te danken aan het verrassingseffect van de landing. De Engelsen bepaalden pas op het laatste moment de definitieve locatie. Achteraf werd het Engels-Russische leger toch nog vrij gemakkelijk verslagen door de Frans-Bataafse troepen. Het was nu zonneklaar dat er meer voor nodig was dan een Brits-Russische invasie - zelfs met een prins van Oranje op het achterdek - om de Bataafse bevolking in beweging te krijgen. (Bron: DBNL N.C.F. van 't Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900)
1,067 viewsfavorieten 1 Tijd
Zelfopoffering van Hambroek (1662) Formosa(Huidig Taiwan), 1856 - De VOC had sedert 1624 haar gezag op Formosa gevestigd. Onder haar hoede werkten zendelingen aan de kerstening van de inheemse bevolking: één van hen was ds. Antonius Hambroek. Op 30 april 1661 voerde de Chinese mandarijn Kok seng yâ (Coxinga) een invasie uit op het eiland. Vele Hollanders, waaronder Hambroek, zijn vrouw en enkele van zijn kinderen vielen in Chinese handen. Het fort Zeelandia bleef echter weerstand bieden. Coxinga besloot nu Hambroek af te vaardigen om de commandant van het fort, Coyett, over te halen zich over te geven. Op 24 mei 1661 verscheen de deputatie voor de wallen van het kasteel. In plaats van overgave te eisen, spoorde Hambroeck echter Coyett en de zijnen aan te volharden in de strijd. Bovendien nam hij het moedige besluit om ondanks de smeekbeden van twee van zijn dochters, die in het fort verbleven, en in de stellige wetenschap dat hij wegens het mislukken van zijn missie de dood tegemoet kon zien, naar Coxinga terug te keren. Hij werd inderdaad, zij het enige maanden later, met andere Hollanders op Formosa onthoofd. In 1662 kwam er met de val van het fort Zeelandia definitief een einde aan de heerschappij van de VOC over Formosa. (bron: DBNL S.H. Levie, Het vaderlandsch gevoel)
962 viewsfavorieten 0 times
Komst der Amsterdamsche afgevaardigden aan de hofstede Welna (1650) Amsterdam, 1856 - Na tachtig jaar strijd gaf de weergekeerde rust gelegenheid tot hernieuwing van de oude twist over de overwegende invloed van Holland en Amsterdam op de Verenigde Provinciën. Ditmaal betrof het de vraag of de Staten van Holland het recht hadden om zoveel troepen af te danken als met hun opvatting en hun aandeel in de betaling overeenkwam. Stadhouder Willem II liet zich door de Staten-Generaal tot een plechtige zending naar de Hollandse steden afvaardigen. Amsterdam weigerde de stadhouder echter in die hoedanigheid te ontvangen. Andere steden verzochten van 's prinsen bezoek verschoond te blijven of toonden zich weerbarstig. De prins trachtte door een staatsgreep de tegenstand te breken. Hij liet zes Hollandse Statenleden gevankelijk naar Loevestein voeren en stuurde troepen om Amsterdam bij verrassing te bezetten. Dit laatste mislukte door het verdwalen der ruiterij op de Hilversumse heide. Toen de prinselijke bevelhebber, Willem Frederik van Nassau, tegen de middag van 30 juli 1650 langs de Amstel de stad naderde, vond hij Amsterdam door het energieke optreden van burgemeester Cornelis Bicker in staat van verdediging. De Amsterdamse afgevaardigden Huydecoper en Van der Does kwamen in een gewapend jacht naar de hofstede Welna aan de Amstel, en knoopten onderhandelingen met Willem Frederik aan. De stad was voor haar handelsbelangen bevreesd en gaf toe. Zij beloofde de prins met alle eer in de vroedschap te ontvangen en haar invloed aan te wenden opdat het afdanken der troepen niet door zou gaan. Burgemeester Bicker trad af en de zes Loevesteinse gevangenen werden vrijgelaten.(tekst uit DBNL: Dedalo Carasso (red.) Helden van het vaderland. Onze geschiedenis in 19e-eeuwse taferelen verbeeld.)
1,037 viewsfavorieten 0 times
Prins Maurits voor Geertruidenberg (1593) Geertruidenberg, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Geheel onverwachts verscheen Prins Maurits den 27 of 28 Maart met ruim 5000 man voor Geertruidenberg, dat 1000 man in bezetting had, van alles rijkelijk voorzien was, en gegronde hoop kon hebben op ontzet. Den 7 April bemachtigde hij eene schans Steelhoven, die tot de buitenverdedigingswerken der vesting behoorde, en sloeg hij zijn leger in twee kampen op, ten Oosten en ten Westen van het riviertje de Donge, en vereenigde beide deelen door bruggen. Hij zelf gebood de linker-, Hohenlo de regterafdeeling. Daarop liet hij, grootendeels door de soldaten, om zijne legerplaats eene linie van verschansingen opwerpen. Het belegeringswerk leed door een hevigen storm en zware regens grote belemmering, waardoor dan ook in Julij het beleg nog weinig gevorderd was. Intussen naderde een leger van 15,000 man tot ontzet. De bevelhebber der stad deed op den hoogsten toren gedurig wachthouden, opdat hij de pogingen van het leger, te regter tijd, konde ondersteunen. Om hieraan een einde te maken deed Hohenlo op dien toren eenige kanonstukken rigten, die zodanig verborgen waren, dat de vijand ze niet bemerken kon. Toen liet hij door trommelslag en trompetgeschal loos alarm in het leger maken, met het doel, dat de vijandelijke bevelhebbers den toren zouden beklimmen, om te vernemen, wat er gaande was. Zoo als hij gehoopt had, gebeurde het. Nu deed hij alle kanonstukken tegelijk afschieten, 't geen eene vreeselijke vernieling veroorzaakte, en werkelijk den bevelhebber met velen zijner officieren het leven kostte. Dit wordt op de plaat voorgesteld. Gij ziet daar Hohenlohe, wijzende op de kerk, die in eene rookwolk gehuld is, den Prins van dit feit verslag geven
1,074 viewsfavorieten 1 Tijd
Aankomst van den Graaf van Leycester te Vlissingen (1585) Vlissingen, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Groot en algemeen was de verslagenheid, na den zoo treurigen dood van Prins Willem van Oranje. Nu meende men nog, dat vreemde hulp onontbeerlijk was, en wendde zich eerst tot Frankrijk, nadat men, ter uitoefening van het Hoog Bestuur een Raad van State, met den jeugdigen Maurits aan 't hoofd, had opgerigt. Men bood met alle onderdanigheid Koning Hendrik III de Opperheerschappij over deze gewesten aan, die allengs meer tot de zeven Noordelijke Provinciën bepaald werden. Maar de Koning wees die gelukkig van de hand. Alzoo men bij Koning Hendrik III niet geslaagd was, deed men Koningin Elisabeth van Engeland hetzelfde aanbod; maar ook zij wees het af. Echter beloofde zij hulp van troepen en een 'bekwaam' Legerhoofd om die troepen aan te voeren. En dit leidt ons tot den man, die de hoofdpersoon op deze plaat uitmaakt. Den 20 December 1885 kwam Robert Dudley, Graaf van Leycester, in Nederland en wel te Vlissingen aan, vergezeld van de Baronnen Audley en North en een menigte Edellieden. Wij zien hem voor ons, als ook hoe wellevend hij door Maurits, Hohenlo en Willem Lodewijk van Nassau ontvangen en welkom geheeten wordt. Nog vóór de komst van Leycester hadden Holland en Zeeland het Stadhouderschap in hun gewest aan Maurits opgedragen, en hem den titel verleend van Geboren Prins van Oranje. Dit was Leycester niet welgevallig. Het stond zijn heerschzucht in den weg, dat hij nu in Holland geen zeer groten invloed zou kunnen uitoefenen. Hohenlo was algemeen Legerhoofd en Willem Lodewijk Stadhouder van Friesland, en later ook van Groningen. Ofschoon er verschillend over Leycester geoordeeld wordt, is het zeker dat zijn verblijf alhier aanleiding tot veel verdeeldheid gegeven heeft, en dat hij tegen de Spanjaarden zeer weinig uitvoerde. Leycester stak in December 1587 weder naar Engeland over, misnoegd en verontwaardigd over velerlei onaangename bejegeningen.
916 viewsfavorieten 2 times
Van de Werff, bij het beleg van Leiden (1574) Leiden, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Leiden werd belegerd en op 20 Mei 1574 door Valdez zeer naauw ingesloten. Ongelukkig hadden de Leidenaars dit niet willen voorzien, waardoor slechts weinig levensmiddelen in de stad waren. Toen het beleg eene maand geduurd had, zag men zich reeds verpligt orde te stellen op het gebruik der levensmiddelen. Hoe gelukkig derhalve, dat er een bevelhebber en een burgemeester aan het hoofd stonden, die alles voor de goede zaak over hadden en wisten van wankelen noch bezwijken. Ziet op deze plaat den edelen burgervader Van de Werff. Ziet hoe rustig hij staat, in het midden van muitenden en kleinmoedigen, die door den nood gedrongen en door de belofte des vijands misleid en aan 't wankelen gebragt, hem tot de overgave der stad willen dwingen. Ziet aan den anderen kant dien radeloozen vader, hem wijzende op vrouw en kinderen, die van gebrek zullen omkomen; en waarlijk, velen hadden in zes weken geen brood geproefd! Den muitenden zijn zwaard aanbiedende, zegt hij: "eens moet ik sterven, hoe is mij om 't even, kan mijn ligchaam u voeden, welaan, snijdt het onbeschroomd aan stukken en verdeelt het; maar tot de overgave der stad, zal ik nimmer mijne toestemming geven." Bemoedigd liep men naar de wallen en riep den vijand toe: "liever zullen wij den linkerarm van honger opeten, en met den regter strijden, dan ons overgeven." Zooveel moed en volharding werden met een gunstigen uitslag bekroond. Op 3 oktober 1574 was Leiden ontzet.
1,238 viewsfavorieten 1 Tijd
Jan van Schaffelaar (1482) Barneveld, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Jan van Schaffelaar was een Hopman des Bisschops en had met 18 ruiters de kerk en den toren van het dorpje Barneveld ingenomen, ten einde zich daar aan de woede der Hoekschen te onttrekken. Maar uit Amersfoort en Nijkerk stroomen deze in menigte aan, belegeren de kerk en beschieten haar zoo fel, dat de belegerden van overgave spreken. De Hoekschen laten zich vinden en zeggen den ruiters levensbehoud toe, echter onder beding, dat zij hun aanvoerder naar beneden zullen werpen. Wat zullen zij doen? Op die voorwaarde hun leven redden? Neen, daarvoor is de Hopman hun te lief; dan liever gezamentlijk den hongerdood tegengegaan. Maar niet zoo denkt Van Schaffelaar. Kan zijn dood hun leven redden, vrijwillig offert hij zich op. Moedig springt hij uit een der torengaten naar beneden, en geeft zijn leven voor achttien andere ten beste. Ziet hoe de belegeraars gereed staan om hem op te vangen, en hunne woede in zijn bloed te koelen!
1,559 viewsfavorieten 1 Tijd
Delft geeft zich bij verdrag over aan Albrecht van Beijeren (1359) Delft, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Daar de krankzinnigheid des Graven, Willem V, hem tot de regering ongeschikt maakte, werd Albrecht, zijn broeder, tot Ruwaard of Regent aangesteld. De Kabeljauwschen waren ten hoogste misnoegd, en verwekten menige opschaudding onder het volk. Te Delft liep dit zoo hoog, dat de stad in volkomen opstand geraakte, en den Ruwaard niet als zodanig wilde erkennen. De Ruwaard belegerde de oproerige stad, welke zich gedurende ruim 10 weken hardnekkig verdedigde, maar den 25 Januarij 1359 bij verdrag overging op harde voorwaarden: duizend burgers moesten, blootshoofds en barrevoets Gravin Machteld en Hertog Albrecht om lijfsgenade bidden, 't welk insgelijks door vijfhonderd vrouwen, blootshoofds, met loshangende haren en in hare beste kleederen, geschieden moest. De Ruwaard liet de voorwaarden, zoo als de plaat u gedeeltelijk voorstelt, op het strengst ten uitvoer brengen.
1,127 viewsfavorieten 1 Tijd

Copyright © 2009 PixelDeluxe Interaction Design Rotterdam. All Rights Reserved.