Wall charts, history and European Identity

Skip to content
EU Culture Programme; Education and Culture DG

Navigation

  • Log in
  • Sign up
  • Home
  • Over deze website
  • Literatuurlijst
  • Contact

Nederlands Engels Frans Duits Deens

  • Tijd
  • Plaats
  • Thema's

Zoeken 

Gevonden resultaten

28 Gevonden resultaten "English Dutch wars".

Search filters

  • Indië (1)
  • Engels Nederlandse oorlogen (2)

Sorteer de resultaten

  • Gesorteerd op naam
  • Gesorteerd op plaats
  • Gesorteerd op publicatiedatum
  • Gesorteerd op jaar
  • Diashow van de resultaten »

Naar het concentratiekamp, januari 1945. Amersfoort, 1970 circa - Uit de handleiding 1970: Vóór 1940 sprak men in Duitsland van de begeerte en de wil om het roofdier te wekken in de jeugd. ‘Het blonde beest’ werd het wilde ideaal. Dat heeft ons volk gezien. In verslagenheid en weerzin, daarna in halsstarrig verzet, in tegenstand – met of zonder wapens. In een razzia , een strooptocht, een mensenjacht, zijn jonge mensen opgejaagd en gegrepen. Nu worden zij onder ‘zware’ bewaking weggevoerd naar een concentratiekamp. De groep van afgematte jonge mannen verliest haar geslotenheid – er komen achterblijvers. De Obergefreiter – een rang die lager is dan een onderofficier – schreeuwt zijn bevel uit tot aaneensluiten. Hij draagt de Stahlhelm met rijkswapenschildje. Zijn helm is beschilderd, opdat hij zo beter schuil kan gaan tussen de begroeiing. Zijn rangteken draagt hij op de linkermouw. Op de mutsen van de soldaten is de rijksadelaar met het hakenkruis aangebracht. Achteraan loopt een Feldwebel, een onderofficier, herkenbaar aan een platte pet. Als bedwingende klemmen houden de gereedgehouden geweren de gevangenen bijeen. Kinderen waren aan het hout sprokkelen. De hongerwinter was bar en grimmig. Toen de soldaten kwamen, namen de kinderen de wijk. Angst en afschuw heersten. Een jutezak, met opgeraapte takken, bleef als stomme getuige achter. Nood en ellende, smaad en verwoesting. Zo is de oorlog, onterend, schandelijk. Dit tafereel eert hen, die krenking en lijden ondergingen voor gehéél ons volk.
1,660 viewsfavorieten 1 Tijd
De citadel van Antwerpen na de capitulatie (het Huis van Chassé) 1832 Antwerpen, 1856 - De grote mogendheden ratificeerden op 4 mei 1832 een verdrag en besloten tot een handelsembargo tegen Nederland. Frankrijk mocht een beleg rond Antwerpen slaan om koning Willem I te dwingen de vesting op te geven. Bovendien werd een handelsembargo tegen Nederland afgekondigd en sloten Frankrijk en Engeland zich aaneen tot een blokkade van de Nederlandse havens en werden Nederlandse koopvaardijschepen aangehouden die de blokkade probeerden te ontlopen. Eind november 1832 trokken 65.000 man Franse troepen België binnen en sloegen een beleg rond Antwerpen. Luitenant-generaal der infanterie Baron Chassé had zich terdege voorbereid op de belegering. Van 4 tot 23 december hield hij stand, maar hees in de vroege ochtend van 23 december de witte vlag en gaf zich over. 122 Nederlandse soldaten waren gesneuveld, vele honderden gewond of vermist en ruim vierduizend Nederlandse militairen kwamen in krijgsgevangenschap. (bron: Dan liever de lucht in!, Frits Rovers; 2000)
1,532 viewsfavorieten 0 times
Bombardement van Algiers (1816) Algiers, Middellandse Zee, 1856 - Sinds jaar en dag maakte het zeeroversnest Algiers de Middellandse Zee onveilig. Tijdens de Napoleontische oorlogen verslechterde deze situatie. In 1815 leefden ruim 40.000 Europese bemanningsleden in Algerijnse gevangenschap. Doorgaans werden zij als slaaf te werk gesteld in steengroeven. Om de invloed van de Algerijnse zeeroof te beperken zond de Staten Generaal in 1815 een eskader naar de Middellandse Zee. De Dey wilde echter niet onderhandelen. Aangezien Algiers een zwaar verdedigde vesting was konden de Nederlandse schepen weinig uitvoeren. Daar veranderde weinig aan toen vice-admiraal Theodorus Frederik van de Capelle (1762-1824) het bevel over het eskader overnam. De kansen leken te keren toen een Engels eskader onder bevel van vice-admiraal Lord Exmouth ten tonele verscheen. Beide eskaders kwamen op 26 augustus aan voor de Baai van Algiers. Toen de Dey een ultimatum om zich over te geven naast zich neerlegde, gaf Exmouth bevel tot de aanval. Scheepsgeschut, bombardeerschepen en vuurpijlen richtten grote schade aan; een groot gedeelte van de stad werd in brand geschoten. De volgende dag accepteerde de Dey het ultimatum en de slavernij werd afgeschaft. De Algerijnse piraterij werd overigens pas beëindigd toen Frankrijk in 1830 Algiers bezette.
829 viewsfavorieten 0 times
Slag bij Waterloo (de kroonprins gekwetst) 1815 Waterloo, 1856 - Napoleon was na zijn nederlaag bij Leipzig in 1814 verbannen naar het eiland Elba, vanwaar hij in het voorjaar van 1815 ontsnapte. Hij rukte snel op naar Parijs waar hij er in slaagde een leger van 200.000 man bijeen te brengen. Bij Waterloo werd het Franse leger verslagen door de geallieerde troepen van Engeland, Pruisen en Nederland. De Prins van Oranje had het opperbevel over de Nederlandse troepen en hij raakte in het gevecht gewond aan de schouder.
684 viewsfavorieten 0 times
Inval der Engelschen en Russen in Noord Holland (de Russische generaal Herman gevangen genomen) 1799 Callantsoog, 1856 - Op 27 augustus 1799 zette een Britse vloot die al enige dagen voor de kust kruiste een invasieleger van meer dan tienduizend man op het strand van Callantsoog. De weken daarna kreeg deze legermacht verder versterking, vooral van een groot contingent Russische troepen. Aanvankelijk leek de invasie succes te hebben: de Bataafse vloot gaf zich zonder slag of stoot aan de Engelsen over en ook het Bataafse leger kon eerst niet standhouden. Het succes van de aanvallers was vooral te danken aan het verrassingseffect van de landing. De Engelsen bepaalden pas op het laatste moment de definitieve locatie. Achteraf werd het Engels-Russische leger toch nog vrij gemakkelijk verslagen door de Frans-Bataafse troepen. Het was nu zonneklaar dat er meer voor nodig was dan een Brits-Russische invasie - zelfs met een prins van Oranje op het achterdek - om de Bataafse bevolking in beweging te krijgen. (Bron: DBNL N.C.F. van 't Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900)
1,067 viewsfavorieten 1 Tijd
Willem V en de helden van Doggersbank (1781) Doggersbank, 1856 - Op 5 augustus 1781 kwam het tot een treffen tussen een Nederlands flottielje onder leiding van schout-bij-nacht J.A. Zoutman (1724-1794) en een Engelse vloot onder leiding van admiraal Hyde Parker. De Nederlandse marineschepen, die een konvooi koopvaardijschepen naar de Oostzee escorteerden, waren geen partij voor de zwaarbewapende en geoefende Engelse oorlogsschepen. De strijd werd echter door geen van beide partijen gewonnen en beiden moesten zich zwaarbeschadigd terugtrekken. In de republiek werd dit als een overwinning gevierd. Dit was de laatste zeeslag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Stadhouder Willem V beloonde de inmiddels tot vice-admiraal bevorderde Zoutman met de gouden erepenning der Staten-Generaal. Verder stelde de stadhouder een herinnerings- draagmedaille in die zou worden uitgereikt aan de overlevende officieren, adelborsten en onderofficieren: de Doggersbank-medaille. De lagere rangen kregen een geldelijke beloning.
873 viewsfavorieten 0 times
Aankomst der Zeeuwsche schuitjes te Rotterdam (Prins Willem IV wordt stadhouder) 1747 Rotterdam, 1856 - In 1746 trekken de Fransen op tegen de Republiek. Ze veroveren Vlaanderen en rukken verder op naar Brabant. Willem IV moet toezien hoe ook Maastricht en Breda door de Fransen onder de voet gelopen worden. In 1747 zijn de Staten van de Republiek der Nederlanden ten einde raad als er vanuit Vlaanderen grote stromen met vluchtelingen naar Zeeland en Holland komen. De gruwelijke verhalen van deze oorlogsvluchtelingen brengen het land in rep en roer. In Zierikzee stellen predikanten, om het volk gerust te stellen, uit het naam van de bevolking nieuwe regenten aan. Dit is de start van een nieuw begin. De Zeeuwse Statenvergadering benoemt op 28 april 1747 Willem IV tot Stadhouder. (Bron: "Genealogische Net Ring West-Brabant & Noord Antwerpen")
921 viewsfavorieten 0 times
De Vrede van Rijswijk (Aankomst der afgevaardigden op het Huis Nieuwburg) 1697 Rijswijk, 1856 - De kooplieden hier te lande, in de eerste plaats te Amsterdam, begeerden in het belang van den handel het herstel van den vrede. En de regeering van Amsterdam deelde deze neigingen. Maar Frankrijk wilde dien vrede liefst op den voet van den wapenstilstand van 1684 of desnoods op dien van den vrede van Nijmegen, terwijl Willem III tot dien van Munster, Spanje tot dien der Pyreneën wilde terugkeeren en het duitsche Rijk ten minste Straatsburg hoopte te herwinnen. De erkenning van Willem III als koning van Engeland, de teruggave der door Frankrijk in bezit genomen rijkslanden, het lot van Luxemburg, de regeling in Italië waren de hoofdpunten, waarover men beraadslaagde. Zoo gelukte het eindelijk om in het begin van 1697 onder zweedsche bemiddeling in Den Haag de preliminairen voor dien vrede vast te stellen. Na heel wat gehaspel kwam men eindelijk overeen het vredescongres voort te zetten in het huis Nieuwburg onder Rijswijk, eigendom van Willem III, dat door zijn bouworde gelegenheid gaf om de partijen tijdens de besprekingen van elkander gescheiden te houden. Zoo werd dan de vrede gesloten. Maar Willem III sprak na het einde van de onderhandelingen in September het profetische woord uit: ‘ick beken, dat de manier my niet weinigh en bekommert voor het toekomende’. (Bron: DBNL P.J. Blok, Geschiedenis van het Nederlandsche volk, deel 3)
1,116 viewsfavorieten 0 times
Landing van Prins Willem III bij Brixham, 1688. Brixham, 1953 - Uit de handleiding 1953: Prins Willem III voer met zijn vloot op 30 oktober 1688 uit, richting Engeland. De vloot bestond uit 50 oorlogsschepen, 10 branders en een aantal kleinere vaartuigen. Half juli had de prins een brief ontvangen waarin hem verzocht werd om naar Engeland te komen in verband met de politieke situatie. Op de plaat is te zien hoe boven goede ankergrond schepen onder winddruk om het anker zwaaien. De ankerboeien, boven de ankers drijvend, wijzen de plaatsen aan, waar de ankers zijn vastgegrepen. Boven de sloep waait de wimpel van de Admiraal-Generaal: rood, wit en blauw. De stuurman van de sloep, de officier, die niet tot het hoge gezelschap behoort, verricht zijn werk staande geleund tegen het beeldhouwwerk van de spiegel. In de wolkenschaduw ligt als derde schip van links een ‘‘fluit’’, waarop men bezig is de zeilen te reven. De rotsen bij Brixham bestaan uit zandsteen, deze werd voornamelijk gebruikt in de bouw. Onder de mannen en vrouwen, vissersvolk en grondbezitters uit de omtrek die de sloep door het water tegemoet gaan zijn een man en vrouw die manden aan de schouder dragen. Deze schoudermanden werden gebruikt voor het vergaren van wier.
1,027 viewsfavorieten 0 times
Landing van Willem III te Torbay (1688) Torbay, 1856 - De Engelse regering was in handen van Jacobus II, den streng-katholieken vorst, met wiens oudste dochter Maria, zijne nicht dus, Willem III uit staatkundig inzicht gehuwd was. Jacobus had geen zoons, slechts twee dochters, Maria en Anna, en regeerde in streng absolutistischen zin met de begeerte Engeland weder tot het katholicisme te brengen. Een sterke oppositie verhief zich in Engeland tegen hem. Reeds zag men in Engeland reikhalzend naar Willem III uit als den naasten mannelijken rechthebbende op den troon, toen een Prins van Wales geboren werd. Op aanzoek van een aantal aanzienlijken en met goedkeuring van de overgroote meerderheid van het engelsche volk, dat den jonggeborene voor onecht hield, met gereede toestemming ook zijner edele gemalin, maakte prins Willem zich gereed met een in de Republiek heimelijk bijeengebracht leger en den steun der staatsche vloot naar Engeland over te steken tot handhaving der bedreigde engelsche volksrechten en van het overheerschende engelsche protestantisme. Zoo stak hij naar Engeland over met een aanzienlijke krijgsmacht, voor welke, 14 Nov. te Torbay geland, Jacobus aanstonds moest terugwijken. Naar Frankrijk gevlucht, zocht de engelsche koning hulp bij Lodewijk XIV, die door het optreden van prins Willem verrast was. Met zijne gemalin tot Koning en Koningin van Engeland verheven en had nu spoedig den onvermijdelijken oorlog met Frankrijk te voeren, waarin hij het hoofd werd eener groote europeesche coalitie, met Engeland en de Republiek als kern. (Bron: DBNL Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 1)
954 viewsfavorieten 0 times
Dood van den Lt.Adm. M.A. de Ruyter (graftombe in de N. Kerk te Amsterdam) 1676 Amsterdam, 1856 - Op 22 april 1676 leverde De Ruyter in 't gezicht van Etna's krater zijn laatste zeeslag. Het was een gevecht van zeventien gebrekkige Nederlandse tegen dertig uitmuntend bewapende Franse schepen onder de bekwame Du Quesne. De Spaanse hulpvloot onder Francisco de la Zerda bleef volgens het verschonende rapport van De Ruyter verre van de onze verwijderd. De strijd had nauwelijks een half uur geduurd of De Ruyter werd op het zonnedek door een kogel getroffen. Deze nam hem een deel van de linkervoet weg en verbrijzelde [een deel van] het rechterbeen, zodat de admiraal van ruim twee Nederlandse el hoog neerstortte. Het zien van 's admiraals bloed verhit dat der matrozen. Kapitein Callenburgh neemt de leiding van de strijd, die tot de nacht aanhoudt en met onze zegepraal eindigt. Te midden van zijn smarten vuurt de vrome held het volk nog aan, met de woorden: Houdt moed mijn kinderen, houdt moed! Zo moet men doen om de zege te bevechten. Aanvankelijk leek het sterke gestel van de bijna zeventigjarige zeevoogd de schok te doorstaan. Toen sloeg de wondkoorts toe en deze rukte op 29 april, aan boord van zijn schip, Michiel Adriaensz. de Ruyter uit het leven. In de Amsterdamse Nieuwe Kerk kreeg hij een marmeren praalgraf op de plek van het voormalige hoogaltaar. (Bron: Dedalo Carasso (red.), Helden van het vaderland )
1,141 viewsfavorieten 0 times
Het veroveren van de Royal Charles op de Theems (1667) Medway, 1856 - Hoewel in Breda reeds vredesbesprekingen waren begonnen om de Tweede Engelse oorlog te beëindigen, sloeg De Witt een voorstel tot een wapenstilstand af. Hij zond zijn broeder Cornelis als gevolmachtigde der Staten met De Ruyter mee om de Theems op te varen en de Engelse vloot bij Chatham te vernietigen. De Engelsen brachten verschillende oude schepen tot zinken, zodat slechts een uiterst smal vaarwater overbleef. Zij spanden dwars over de rivier ook een ketting die op beide oevers door dreigende batterijen verdedigd werd. Het oorlogsfregat de Unity lag ervoor. Kapitein Van Brakel, die wegens ongehoorzaamheid in arrest had gezeten, bood aan om met zijn oude fregat een weg te banen. Van Brakel passeert onder hevig vuur alle hindernissen, entert en verovert de Unity. Daardoor krijgt een door Van Rijn gecommandeerde brander de gelegenheid de ketting aan stukken te varen. Nu de weg open is worden de Engelse schepen, waarvan het volk in paniek vlucht, geënterd. Zes worden in brand gestoken en de Royal Charles, een prachtig schip waarmee Karel II naar Engeland was getogen, wordt genomen. Terwijl De Ruyter en De Witt rustig in een sloep het vernielingswerk leiden, moeten de Engelse bevelhebbers Monk en York machteloos vanaf de oever toezien. In White Hall heerste schrik en verslagenheid. Aan Van Brakel kwam de eer toe om de Unity en de Royal Charles naar het vaderland te varen. (Bron: Dedalo Carasso (red.), Helden van het vaderland ).
1,172 viewsfavorieten 0 times
Zelfopoffering van Hambroek (1662) Formosa(Huidig Taiwan), 1856 - De VOC had sedert 1624 haar gezag op Formosa gevestigd. Onder haar hoede werkten zendelingen aan de kerstening van de inheemse bevolking: één van hen was ds. Antonius Hambroek. Op 30 april 1661 voerde de Chinese mandarijn Kok seng yâ (Coxinga) een invasie uit op het eiland. Vele Hollanders, waaronder Hambroek, zijn vrouw en enkele van zijn kinderen vielen in Chinese handen. Het fort Zeelandia bleef echter weerstand bieden. Coxinga besloot nu Hambroek af te vaardigen om de commandant van het fort, Coyett, over te halen zich over te geven. Op 24 mei 1661 verscheen de deputatie voor de wallen van het kasteel. In plaats van overgave te eisen, spoorde Hambroeck echter Coyett en de zijnen aan te volharden in de strijd. Bovendien nam hij het moedige besluit om ondanks de smeekbeden van twee van zijn dochters, die in het fort verbleven, en in de stellige wetenschap dat hij wegens het mislukken van zijn missie de dood tegemoet kon zien, naar Coxinga terug te keren. Hij werd inderdaad, zij het enige maanden later, met andere Hollanders op Formosa onthoofd. In 1662 kwam er met de val van het fort Zeelandia definitief een einde aan de heerschappij van de VOC over Formosa. (bron: DBNL S.H. Levie, Het vaderlandsch gevoel)
962 viewsfavorieten 0 times
Jan van Galen voor Livorno gewond (1653) Middellandse zee, Livorno, 1856 - In 1651 aanvaardde het Engelse parlement de Navigation Act, waardoor het vervoeren van goederen uit de Engelse koloniën en het vervoer van alle goederen naar Engeland uitsluitend aan de Engelse handelsvloot werd toegestaan. De relatie tussen de Republiek en Engeland kwam daardoor onder druk te staan. Het Engelse Parlement verklaarde op 10 juli 1652 de oorlog. Over het hele Kanaal en de zuidelijke Noordzee werd gevochten. De Engelse admiraal Blake stuurde na een aantal zeeslagen het grootste deel van de Engelse vloot naar de Middellandse Zee, omdat hij meende dat de strijd was gestreden. Bij het uitbreken van de Engelse oorlog was Jan van Galen benoemd als bevelhebber over de Nederlandse schepen in de Middellandse Zee. Bij Livorno kwam het tot een zeeslag met de Engelsen. In de Slag bij Livorno op 14 maart 1653 werd hij zwaar gewond: zijn rechterbeen moest onder de knie worden afgezet. Hij overleed 9 dagen later aan zijn verwonding. Zijn lijk werd gebalsemd en naar het vaderland overgebracht, waar hij in de Nieuwe Kerk te Amsterdam werd begraven.
1,049 viewsfavorieten 0 times
Intogt van Prins Frederik Hendrik in 's-Hertogenbosch (1629) 's-Hertogenbosch, 1856 - (tekst uit 1857) Frederik Hendrik sloeg onverwachts met een leger van 24,000 man voetvolk en 10,000 ruiters het beleg voor 's-Hertogenbosch, en verschanste er zich in drie weken tijds zoo sterk, dat hij tegen elken vijandelijken aanval beveiligd was. Het beleg werd met zooveel ijver voortgezet, dat de belegerden tot onderhandeling besloten en den 14 September het verdrag van overgave teekenden. Luisterrijk was de intogt van den zegevierenden veldheer in de veroverde stad. Zoo als gij ziet, gingen twee van 's Prinsen wapen-herauten vóór het paard, ter zijde liepen de Heer van Swarstein, dragende de ijzeren handschoenen en de schildknaap (een moor) dragende den helm van den Overwinnaar.
1,291 viewsfavorieten 1 Tijd
Hugo de Groot op Loevestein (1621) Slot Loevestein, Poederoijen, 1856 - (tekst uit 1857) De Groot was in 1583 te Delft geboren. Nog vóór zijn twaalfde jaar ging hij naar de Hoogeschool, en op zijn vijftiende vergezelde hij Oldenbarneveld naar Frankrijk. Hier werd hij Meester in de regten. Op zijn zeventiende werd hij Advocaat, 7 jaar later Advocaat-Generaal en in 1613 Pensionaris van Rotterdam. En het was op beschuldiging van misbruikt gezag in die betrekking dat hij tot levenslange gevangenschap werd veroordeeld en al zijne goederen verbeurd verklaard werden. In zijne gevangenis bragt De Groot zijn tijd door met letteroefeningen en het schrijven van geleerde werken. Tot dat einde ontving hij aanhoudend boeken van zijn vriend, den Hoogleeraar Erpenius te Leiden. Deze verkreeg hij in eene groote kist en werden door hem, na gemaakt gebruik, aan zekeren heer Daatselaar te Gorinchem verzonden, die ze dan verder deed bezorgen. De kist was in het begin bij het komen en gaan door den slotvoogd behoorlijk nagezien, maar naardien deze nooit iets anders dan boeken vond, had hij dit van tijd tot tijd nagelaten. De Groot had in zijne gevangenis het gezelschap van gade, kinderen en dienstboden. Mevrouw De Groot nu dacht in de kist het middel te hebben tot verlossing van haar echtvriend. Na herhaalde proeven bleek, dat De Groot het er zoo lang in zou kunnen uithouden, als de overvaart van Loevestein naar Gorinchem gewoonlijk duurde. Wij zien op de plaat Mevrouw, hare dienstmaagd en De Groot op den morgen van 22 Maart, de dag waarop deze gewaagde onderneming werd uitgevoerd. Na vele bezwaren kwam de kist behouden bij Daatselaar aan. De Groot begaf zich eerst naar Antwerpen en van daar naar Parijs, waar hij afgezant werd van het Zweedsche Hof. Hij stierf te Rostok in 1645.
1,475 viewsfavorieten 1 Tijd
De Nederlanders voor Jacatra (1618) Java, Oost-Indië, 1856 - (tekst uit 1857) In 1610 vestigde de Gouverneur-Generaal Pieter Both zich te Bantam en rigtte bij Jacatra (beiden op Java) eene factorij, eene handelsvestiging, op. De Engelschen hadden zich mede in Indië gevestigd, en dit berokkende den Hollanders veel nadeel. Gene toch zetteden de inboorlingen tegen deze op en deden in 1618 vooral op Java hun invloed gelden. Jan Pietszoon Koen was destijds Gouverneur-Generaal. Om gevoelige verliezen en mishandelingen, den onzen door de Javanen berokkend, te wreken, deed Koen Japara in de asch leggen. Dit wekte wel vrees en ontzag bij dezen, maar deed de Engelschen opentlijk als onze vijanden optreden. Zij wilden de onzen uit Jacatra verdrijven. Terwijl Koen versterking ging halen, was de verdediging van het fort (de nu versterkte factorij, welke u op de plaat wordt voorgesteld), aan Pieter van den Broeck opgedragen. Deze sloot een verdrag, maar werd daarna door den Vorst van Jacatra, die hem ter maaltijd had genodigd, trouweloos gevangen genomen. Toen Koen met eene voldoende magt kwam opdagen, ging het uit de sterkte en van de schepen op Jacatra los. Bantammers, Engelschen en Jacatranen werden verdreven en de stad werd ingenomen en grootendeels in de asch gelegd.
1,440 viewsfavorieten 1 Tijd
Zeeslag voor Gribraltar (dood van Heemskerk) 1607 baai van Gibraltar, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Jacob van Heemskerk, wien wij reeds door zijn verblijf op Nova Zembla kennen, had den onbepaalden last, om den vijand aan te tasten, waar dit het meeste voordeel zou kunnen aanbrengen. Hij was met zijne vloot van 26 oorlogs- en 4 voorraadschepen naar den Taag gezeild; doch vernemende, dat eene belangrijke Spaansche scheepsmagt in de baai van Gibraltar lag, om op onze koopvaarders te passen, die door de straat het ruime sop wilden kiezen, stevende hij derwaarts. De Spaansche vloot bestond uit 9 galjoenen en 12 andere oorlogsschepen. De onze kreeg haar in den namiddag van den 25 April in 't gezigt. Heemskerk was voor de meerdere grootte en betere uitrusting der vijandelijke schepen geenszins vervaard, en besloot, nadat het gebed gedaan en alles geregeld was, tot den aanval. Hij zelf wilde met den Schout-bij-nacht Mooi Lambert het Admiraalschap aantasten; Alteras, Vice-Admiraal van Zeeland en Kapitein Bras zouden den Vice-Admiraal en de verdere schepen bevechten. De vijandelijke vloot zocht zich te beschermen onder 't geschut van de stad en het kasteel; maar zij werd desniettegenstaande door de onze zodanig gehavend, dat de overwinning volkomen heeten mocht. Op de plaat ziet gij 't galjoen van den Vice-Admiraal in vollen vlam, dat dan ook tot aan het water toe verbrandde; andere schepen trof hetzelfde lot, en het Admiraalschip hield ten laatste alleen den strijd vol, maar heesch toen de witte vlag, ten teeken van overgave. Ongelukkig was Heemskerk reeds in het begin van den strijd doodelijk gewond. Voor de groote mast staande, trof hem een kogel die zijn linkerbeen ver boven de knie wegnam. Zijn gebalsemd lijk werd naar Amsterdam gevoerd, waar het in de Oude Kerk op lands kosten begraven werd.
1,416 viewsfavorieten 1 Tijd
Slag bij Nieuwpoort (1600) Nieuwpoort, België, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: De Spaansche Koning, Philips II, in 1598 overleden, had nog vóór zijn dood de Nederlanden als een bruidschat afgestaan aan zijne dochter Isabella, die met den Aartshertog van Oostenrijk gehuwd was. En deze zette den oorlog voort, die hem, zoo als hij hoopte, in 't volle bezit van dien bruidschat stellen zou. Daar onze handel veel van de Duinkerker kapers (roofschepen) te lijden had, besloten de Algemeene Staten, een inval in Vlaanderen te doen, en den vijand het geduchte roofnest Duinkerken te ontrukken. Prins Maurits noemde het plan roekeloos, en zelfs bij goeden uitslag niet wel te verdedigen. Toen de Staten echter aanhielden, gehoorzaamde de Veldheer. Te Rammekens, eene haven op 't Zuiden van 't eiland Walcheren, scheepten zich 12,000 man op 800 vaartuigen in, en weldra landden zij aan de Vlaamsche kusten en sloegen zich voor Nieuwpoort neder. Albertus, hierdoor op 't zeerst verrast, verzamelde in allerijl zijne troepen, en trok aan 't hoofd van bijna 12,000 man, met den meesten spoed naar genoemde stad op. Eene legerafdeling, door Maurits afgezonden om de brug bij Leffinghem, die het vijandelijke leger moest overtrekken, te bemagtigen, werd verslagen en op de vlugt gejaagd. Hagchelijk was nu 'sPrinsen toestand. Ziet den veldheer! hoe hij vol vuur de zijnen voorgaat en aanspoort. De edele jongeling, die hem zoo onverschrokken op zijde gaat, is zijn broeder Frederik Hendrik, die gevaar en roem met hem wil deelen. De strijd duurde van 2 ure 's namiddags tot den avond, en was lang onbeslist; want ook Albertus kweet zich uitmuntend en had gaarne zijne troepen tot staan bewogen, ja gedwongen, toen zij, na als leeuwen gevochten te hebben, ten laatste in de vlugt hun heil zochten. Nu was de zegepraal van Maurits en de zijnen volkomen, maar zij was met het bloed van bijna 2000 Staatschen en 5000 Spanjaarden en van vele Hoplieden en Oversten betaald.
1,444 viewsfavorieten 1 Tijd
Op de reede van Bantam 1598. Bantam, 1913 - Handleiding 1917: Jacob van Neck (leider van de tweede Nederlandse expeditie naar Oost-Indië (1598-1600)): ’s Morgens bij zonsopkomst, terwijl ik bezig was mijn fraaiste kleren aan te trekken, kwam Ab-dul in mijn hut zeggen, dat er een prauwtje langs ons schip lag met een Chinees, die mij namens den Gouverneur van het land kwam vragen, wat het doel van onze komst was. Ik liet de Chinees weten dat we gekomen waren om de Gouverneur om vriendschap te verzoeken om vredig en beleefd met de inwoners van Bantam te mogen handelen. Mijn secretaris Cornelis Heemskerck, ging aan land om de gouverneur te spreken. Op de afbeelding ligt het admiraalsschip van Jacob van Neck, Mauritius genaamd, het meest vooraan. Op het hek waait de rood-wit-zwarte vlag van Amsterdam, met het stedelijk wapen in de witte baan. De vlag aan de grote top is de Statenvlag. Op de andere mast waait de vlag van de Prins, met zijn wapen in de witte baan. Naar links ligt de Utrecht en meer nabij de kust het kleine jacht Overijssel. Het grote jacht Friesland vaart voor de zeilende vloot uit. Achteraan zeilt het schip de Hollandia, waarop Jacob van Neck zich bevindt. Op de achtergrond ligt de stad Bantam. Hoog boven de ommuring verrijst het dak van een moskee. Het is december, daarom laat de tekenaar een Westmoesson waaien. De lucht is dan minder strak. Het blauw waait soms vol nevelachtige wolken, die, zwaarder samengepakt, de plasregens geven.
1,574 viewsfavorieten 1 Tijd
Heemskerks overwintering op Nova Zembla (1596) Rusland, Noordelijke IJszee, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Hollanders en Zeeuwen beproefden eene vaart om het Noorden heen naar China. In 1594 en 1595 deed men vergeefsche togten; evenwel gaven de Staten den moed niet op, maar loofden in 1596 eene premie van 25,000 gulden uit aan dengenen, die deze vaart gelukkig zou volbrengen. Twee schepen, het eene onder bevel van Jakob van Heemskerk en Willem Barendsz. en het andere onder dat van Jan Cors. Rijp, stevenden dan weder derwaarts. Spoedig geraakten zij van elkander. Het schip van Rijp overwinterde in Rusland, het andere stevende meer noordwaarts, maar geraakte in 't ijs bekneld en ging voor de vaart verloren, waardoor de manschap zich verpligt zag op Nova Zembla te overwinteren. Het is dáár, waar de plaat ons die menschen voorstelt. De hut, waarin zij zich bevinden, is met veel moeite gemaakt van afbraak van 't schip. Veel koude, ongemak en gevaren, vooral door aanvallen van ijsbeeren en vossen, hebben ze daar moeten doorstaan. Gelukkig hadden zij hun proviand er kunnen overbrengen, anders was al dadelijk groot gebrek hun deel geweest; want de ijzerharde grond leverde hun niets op. Toen de winter voorbij was, bragten zij de boot en sloep zoo veel mogelijk in goeden staat en staken in deze twee open vaartuigen de IJszee in. Te Kola, aan de Witte Zee, ontmoetten zij het schip, waarmede hunne makkers uitgezeild waren. Deze namen hen met liefde op, en zoo kwamen zij te zamen in het Vaderland weder.
4,146 viewsfavorieten 1 Tijd
De inneming van Den Briel Brielle, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Meermalen hadden de Prins en zijne getrouwen, inzonderheid de Watergeuzen, pogingen aangewend om zich van de eene of de andere stad te verzekeren, maar dit was overal waar men het beproefd had, mislukt. 's Prinsen ondernemingen slaagden beter ter zee dan te land. De Watergeuzen bemagtigden menig Spaansch schip, en deden den vijand op zee veel afbreuk. De vlootvoogd, Willem van der Mark (Graaf van Lumey) zeilt met een vloot van 24 schepen uit en wil naar Texel, om de vloot van Alva aldaar aan te tasten en de eene of andere stad aan de Zuiderzee te bemachtigen. Reeds is de togt voor een gedeelte afgelegd, toen de wind eensklaps verandert en tegenloopt. Nu wordt, op voorstel van Treslong en De Rijk, besloten de Maas in te loopen en Den Briel, waar men weet dat geen krijgsvolk ligt, te bemagtigen. De Watergeuzen trachten de poorten te vermeesteren. Met de Noordpoort gaat dit niet gemakkelijk; een der aanvoerders geeft last haar door middel van rijs, stroo en teer in brand te steken en verder met een mast open te rammeijen; en zoo ziet gij u daar op de plaat de zaak voorgesteld. Den 1 April, des avonds te 9 ure, was men de stad meester. Lumey wilde haar naar de wijze der Watergeuzen plunderen en weer verlaten; maar anderen wisten hem te bewegen haar in de naam van den Prins in bezit te houden en te versterken. Groot waren de gevolgen van deze daad! Immers, nauwelijks is zij bekend of Vlissingen, Vere en Zierikzee verdrijven hunne bezetting en verklaren zich vóór den Prins. Enkhuizen, geheel het Noorderkwartier, Oudewater, Gouda, Leiden, Dordrecht, Gorinchem en Haarlem doen hetzelfde. Dagelijks komt er hulp uit Frankrijk en Engeland, en reeds den 15 Julij vergaderen de Staten van Holland te Dordrecht, waar de opstand geregeld, ieders aandeel in de oorlogskosten bepaald, en de Prins als wettig Stadhouder des Konings erkend wordt.
1,557 viewsfavorieten 1 Tijd
Dood van Albrecht Beyling (1425) Schoonhoven, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Jacoba van Beijeren zond Floris van Kijfhoek en eene menigte met hem gevlugte Hoekschen naar Holland om steden te hernemen. Al spoedig lukte dit met de stad Schoonhoven; maar het kasteel werd door Beyling en Van den Koulster zes weken lang moedig verdedigd. Eindelijk noodzaakten gebrek en honger tot onderhandeling, en de Hoekschen stonden allen lijfsbehoud toe, behalve Beyling, die veroordeeld werd om levend begraven te worden. Met gelatenheid hoort hij dit vonnis aan, maar hij heeft vrouw en kind. Hij vraagt eene maand uitstel, en dit wordt hem op zijn woord van eer vergund. IJlings snelt hij henen, regelt zijne zaken, en - ontvlugt? Neen, op den bepaalden tijd is hij terug. En wat doet nu Van Kijfhoek? Zijne ziel is onvatbaar voor zooveel grootheid: Beyling's dood blijft bepaald en in den nacht werd het schrikkelijk doodvonnis, op eene molenwerf buiten Schoonhoven, voltrokken. Bedaard en kalm, gesterkt door den Geestelijke, die hem bijstaat, ziet gij hem in zijne laatste oogenblikken; zijn naam bleef ongeschonden!
926 viewsfavorieten 1 Tijd
Gevangenneming van Graaf Floris V (1296) Utrecht, 1856 - Uit de handleiding uit 1857: Graaf Floris was te Utrecht om verzoening te bewerken tussen twistende Edelen, 't geen hem ook gelukte. Na den maaltijd, waarmede die verzoening feestelijk besloten werd, stelde men eene valkenjacht voor, en nodigde den Graaf uit, aan dit vermaak deel te nemen. Deze, ofschoon voor dreigend gevaar gewaarschuwd, laat zich vinden. Even buiten Utrecht komen de Edelen hem tegemoet; maar in plaats van zijne vriendelijke groete met wedergroete te beantwoorden, schieten Van Amstel, Van Woerden, Van Velzen en anderen van de zaâmgezworenen op hem toe. Eerstgenoemde grijpt 's Graven paard bij den teugel, en de Vorst, voor de overmagt zwichtende, wordt eerst naar het kasteel Kroonenburg en daarna naar het slot te Muiden vervoerd.
1,381 viewsfavorieten 1 Tijd
Die Belagerung Paris durch die Normannen Paris, - The picture shows the Viking siege of Paris around 885-886 AC. On the right you can see the warships of the Viking army landing on the fortified banks of the Seine River in Paris. On the right side the city wall with the watchtowers and the defensive walkway are depicted. The Viking attackers are armed with helmets, shields, lances, swords and plated mail. In the background you can see the surrounding land of Paris, looted and set on fire.
1,290 viewsfavorieten 0 times
Nordisches Thing im Mittelalter , 1932 - The picture shows a folkmoot (Old English „meeting of the people”) according to the old Germanic rules between the year 0 and 500 A.C. All the free members of a tribe or district are gathering on the so called thingstead. The hill nearby is crowded with spectators. In a fenced circle in the foreground, the Elders are negotiating a “thing”. In this case it seems to be a matter of war and peace: Warriors in chain mails and armored with shield and lances mount guard over the thingstead.
787 viewsfavorieten 0 times
17. Jahrh. Dreißigjähriger Krieg. Raubkriege Ludwigs XIV , 1937 - The frieze about the 17th Century shows the timeline (1600-1700 A.C.) with the following dates, which are tagged with red and black arrows: 1608/09 A.C. Union-League; 1630 A.C. Gustavus Adolphus of Sweden comes to the Protestants’ help; 1632 A.C. Gustavus Adolphus’ victory and death in the battle of Lützen; 1640 A.C. The Great Elector’s accession to power; 1648 The Peace of Westphalia; 1655-1660 A.C. Second Northern War; 1667/68 A.C. French War of Devolution against Spain, 1675 A.C. Battle of Fehrbellin; 1672-1678 The Franco-Dutch War; 1681 A.C. French occupation (“spoils”) of Strasburg; 1683 Siege of Vienna, 1686 A.C. Ofen, Mohàcs, 1688 A.C. Death of the Great Elector; 1688-1697 A.C. Nine Year’s War; 1699 A.C. Peace of Karlowitz.
460 viewsfavorieten 0 times
Aankomst der Batavieren in Nederland (100 jaar vóór Chr.) Schenkenschans (Betuwe), 1856 - Uit de handleiding uit 1857: 't Is waar, wij zien hier slechts één huisgezin duidelijk afgebeeld, maar besluiten uit dat ééne gemakkelijk tot de andere. De schoone streek waarin wij hen aantreffen, is een gedeelte van het zogenoemde eiland der Batavieren, of wel dat deel van Gelderland 't welk nog naar hen de Betuwe heet, en wel bepaald dat punt, bij het tegenwoordige Schenkenschans, waar de Rijn zich in twee takken verdeelt. Zij waren uit Duitschland daar heen gekomen, en tot dat einde met hunne eenvoudige vaartuigen de Lippe en den Rijn afgezakt. Inlandsche onlusten, die hen in aanhoudenden oorlog hielden, hadden hen gedwongen, een rustiger oord op te zoeken; echter schroomden zij den oorlog niet en kon dit wel anders bij menschen, die in het geloof verkeerden, dat hij, die hier de meeste vijanden verslagen had, na zijn' dood de gelukkigste wezen zoude?- maar die altijddurende twist mishaagde hun. -
1,723 viewsfavorieten 1 Tijd

Copyright © 2009 PixelDeluxe Interaction Design Rotterdam. All Rights Reserved.