Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Ontdekkers en hervormers / 80 jaar oorlog |
Plaats van de handeling: |
Nieuwpoort, België |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H.; T.C. Bruining, del.; A.A. Nunnink, lith. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
Uit de handleiding uit 1857: De Spaansche Koning, Philips II, in 1598 overleden, had nog vóór zijn dood de Nederlanden als een bruidschat afgestaan aan zijne dochter Isabella, die met den Aartshertog van Oostenrijk gehuwd was. En deze zette den oorlog voort, die hem, zoo als hij hoopte, in 't volle bezit van dien bruidschat stellen zou. Daar onze handel veel van de Duinkerker kapers (roofschepen) te lijden had, besloten de Algemeene Staten, een inval in Vlaanderen te doen, en den vijand het geduchte roofnest Duinkerken te ontrukken. Prins Maurits noemde het plan roekeloos, en zelfs bij goeden uitslag niet wel te verdedigen. Toen de Staten echter aanhielden, gehoorzaamde de Veldheer. Te Rammekens, eene haven op 't Zuiden van 't eiland Walcheren, scheepten zich 12,000 man op 800 vaartuigen in, en weldra landden zij aan de Vlaamsche kusten en sloegen zich voor Nieuwpoort neder. Albertus, hierdoor op 't zeerst verrast, verzamelde in allerijl zijne troepen, en trok aan 't hoofd van bijna 12,000 man, met den meesten spoed naar genoemde stad op. Eene legerafdeling, door Maurits afgezonden om de brug bij Leffinghem, die het vijandelijke leger moest overtrekken, te bemagtigen, werd verslagen en op de vlugt gejaagd. Hagchelijk was nu 'sPrinsen toestand. Ziet den veldheer! hoe hij vol vuur de zijnen voorgaat en aanspoort. De edele jongeling, die hem zoo onverschrokken op zijde gaat, is zijn broeder Frederik Hendrik, die gevaar en roem met hem wil deelen. De strijd duurde van 2 ure 's namiddags tot den avond, en was lang onbeslist; want ook Albertus kweet zich uitmuntend en had gaarne zijne troepen tot staan bewogen, ja gedwongen, toen zij, na als leeuwen gevochten te hebben, ten laatste in de vlugt hun heil zochten. Nu was de zegepraal van Maurits en de zijnen volkomen, maar zij was met het bloed van bijna 2000 Staatschen en 5000 Spanjaarden en van vele Hoplieden en Oversten betaald.