Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Regenten en vorsten |
Plaats van de handeling: |
Slot Loevestein, Poederoijen |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H.; T.C. Bruining, del.; A.A. Nunnink, lith. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
(tekst uit 1857) De Groot was in 1583 te Delft geboren. Nog vóór zijn twaalfde jaar ging hij naar de Hoogeschool, en op zijn vijftiende vergezelde hij Oldenbarneveld naar Frankrijk. Hier werd hij Meester in de regten. Op zijn zeventiende werd hij Advocaat, 7 jaar later Advocaat-Generaal en in 1613 Pensionaris van Rotterdam. En het was op beschuldiging van misbruikt gezag in die betrekking dat hij tot levenslange gevangenschap werd veroordeeld en al zijne goederen verbeurd verklaard werden. In zijne gevangenis bragt De Groot zijn tijd door met letteroefeningen en het schrijven van geleerde werken. Tot dat einde ontving hij aanhoudend boeken van zijn vriend, den Hoogleeraar Erpenius te Leiden. Deze verkreeg hij in eene groote kist en werden door hem, na gemaakt gebruik, aan zekeren heer Daatselaar te Gorinchem verzonden, die ze dan verder deed bezorgen. De kist was in het begin bij het komen en gaan door den slotvoogd behoorlijk nagezien, maar naardien deze nooit iets anders dan boeken vond, had hij dit van tijd tot tijd nagelaten. De Groot had in zijne gevangenis het gezelschap van gade, kinderen en dienstboden. Mevrouw De Groot nu dacht in de kist het middel te hebben tot verlossing van haar echtvriend. Na herhaalde proeven bleek, dat De Groot het er zoo lang in zou kunnen uithouden, als de overvaart van Loevestein naar Gorinchem gewoonlijk duurde. Wij zien op de plaat Mevrouw, hare dienstmaagd en De Groot op den morgen van 22 Maart, de dag waarop deze gewaagde onderneming werd uitgevoerd. Na vele bezwaren kwam de kist behouden bij Daatselaar aan. De Groot begaf zich eerst naar Antwerpen en van daar naar Parijs, waar hij afgezant werd van het Zweedsche Hof. Hij stierf te Rostok in 1645.