Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Ontdekkers en hervormers / 80 jaar oorlog |
Plaats van de handeling: |
Antwerpen |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
(tekst uit 1857) De Hertog van Anjou was tot erfelijk Prins en Heer dezer gewesten aangesteld. Hij kwam in Augustus 1581 in de Nederlanden met 14,000 man krijgsvolk. In 1582 werd hij te Antwerpen op eene plegtige wijze gehuldigd. Anjou bevond zich in deze gewesten in geen zeer aangenamen toestand. De magt, die hem bij weidsche titels was toevertrouwd, betekende niet veel. Dit beviel den vurigen Franschman niet, en toen hij bij omstreeks twee jaar den titel van Vorst der Nederlanden gedragen had, was zijn geduld ten einde. Met geweld wilde hij zich nu van eenige steden meester maken en daardoor de Staten noodzaken zich naar zijn wil te schikken. Te Antwerpen liep het, tot zijne schade en schande, deerlijk mis. De plaat geeft ons aanleiding om daarbij eenigszins uitvoeriger stil te staan. Tegen 17 Januarij had Anjou eene menigte troepen rondom Antwerpen verzameld. Op dien dag, even na den middag, reed hij uit, vergezeld door eene menigte Edelen. Dan, nauwelijks is hij buiten, of op een afgesproken teeken stormt hij met zijn troepen de stad weder in, loopt overhoop, wat hem in den weg is, vliegt naar de wallen, en doet de kanonstukken stadwaarts rigten. De burgers, eerst zeer ontsteld, loopen nu te wapen en snellen vol geestdrift op den vijand aan. Al ras wijken de Franschen naar de poort, die zij met zoo onedele bedoelingen waren binnengeleid. Hier wordt de strijd allerhevigst; lijken stapelen zich op een, gekwetsten liggen onder stervenden en dooden, tot anderhalve manshoogte. Vijftienhonderd lieten er het leven; een gelijk getal was gekwetst.