Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Regenten en vorsten |
Plaats van de handeling: |
Java, Oost-Indië |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
(tekst uit 1857) In 1610 vestigde de Gouverneur-Generaal Pieter Both zich te Bantam en rigtte bij Jacatra (beiden op Java) eene factorij, eene handelsvestiging, op. De Engelschen hadden zich mede in Indië gevestigd, en dit berokkende den Hollanders veel nadeel. Gene toch zetteden de inboorlingen tegen deze op en deden in 1618 vooral op Java hun invloed gelden. Jan Pietszoon Koen was destijds Gouverneur-Generaal. Om gevoelige verliezen en mishandelingen, den onzen door de Javanen berokkend, te wreken, deed Koen Japara in de asch leggen. Dit wekte wel vrees en ontzag bij dezen, maar deed de Engelschen opentlijk als onze vijanden optreden. Zij wilden de onzen uit Jacatra verdrijven. Terwijl Koen versterking ging halen, was de verdediging van het fort (de nu versterkte factorij, welke u op de plaat wordt voorgesteld), aan Pieter van den Broeck opgedragen. Deze sloot een verdrag, maar werd daarna door den Vorst van Jacatra, die hem ter maaltijd had genodigd, trouweloos gevangen genomen. Toen Koen met eene voldoende magt kwam opdagen, ging het uit de sterkte en van de schepen op Jacatra los. Bantammers, Engelschen en Jacatranen werden verdreven en de stad werd ingenomen en grootendeels in de asch gelegd.