Series: |
Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen |
|---|---|
Tijdlijn: |
Burgers en stoommachines |
Plaats van de handeling: |
Algiers, Middellandse Zee |
Illustrator: |
Eichman, J.H. en Altmann, H.; T.C. Bruining, del. |
Uitgeverij: |
L. de Fouw, Goes |
Jaar van uitgave: |
1856 |
Thema's: |
Sinds jaar en dag maakte het zeeroversnest Algiers de Middellandse Zee onveilig. Tijdens de Napoleontische oorlogen verslechterde deze situatie. In 1815 leefden ruim 40.000 Europese bemanningsleden in Algerijnse gevangenschap. Doorgaans werden zij als slaaf te werk gesteld in steengroeven. Om de invloed van de Algerijnse zeeroof te beperken zond de Staten Generaal in 1815 een eskader naar de Middellandse Zee. De Dey wilde echter niet onderhandelen. Aangezien Algiers een zwaar verdedigde vesting was konden de Nederlandse schepen weinig uitvoeren. Daar veranderde weinig aan toen vice-admiraal Theodorus Frederik van de Capelle (1762-1824) het bevel over het eskader overnam. De kansen leken te keren toen een Engels eskader onder bevel van vice-admiraal Lord Exmouth ten tonele verscheen. Beide eskaders kwamen op 26 augustus aan voor de Baai van Algiers. Toen de Dey een ultimatum om zich over te geven naast zich neerlegde, gaf Exmouth bevel tot de aanval. Scheepsgeschut, bombardeerschepen en vuurpijlen richtten grote schade aan; een groot gedeelte van de stad werd in brand geschoten. De volgende dag accepteerde de Dey het ultimatum en de slavernij werd afgeschaft. De Algerijnse piraterij werd overigens pas beëindigd toen Frankrijk in 1830 Algiers bezette.